E voto Dordraceno - pagina 332
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
334
ZOND.
Gereformeerde
Men
leven.
XLV. HOOFDSTUK
En
treden.
te
redeneeren een grondslag voor
ook met
sluit,
men
begaat
feitelijk
Men
redeneert te veel.
de redeneering niet klopt of
als
II.
te zeer geneigd,
is
zijn geloof
om
zoo doende de grove fout,
Nu
geloof te zien.
zijn
om
aarzelend terug in
dat
treedt in al wat den
wortel der religie raakt altoos de machtige tegenstelling op van het Goddelijke en menschelijke, 's
van het oneindige en eindige, van Gods raad en
menschen verantwoordelijkheid, en zoo ook van Gods albestuur en ons
menschelijk gebed. Die tegenstellingen
eenvoudig
Er
onverzoenlijk.
gaapt
die nooit door ons menschelijk
voor ons redeneerend verstand
zijn
tegenstelling een klove,
in zulk een
denken wordt overbrugd. En
niet zelden ernstige denkers onder de Gereformeerden,
nu
dit
om dan
verleidt
eenvoudig,
hun redeneering afgaande, het ééne van de twee tegenover elkander
op
stukken
staande
kan er
dus
werk
te
bij
gaat
bestel
God
beschikt
dus staak
door,
Wat waar
gaan.
ik alle
zal zijn,
wat
Omdat
uw
predikt, u tevens
en
stof
in
zoo zegt dan zulk een,
zijn.
Eu
zoo ook hier, Gods
gebed.
En
zoo
zal gelden,
mogen we
assche
datzelfde
Woord, dat u Gods
schuld en zonde aanzegt, daarom zult ge
u
dat
"
Gods onveranderlijken raad
nochtans toeroept: „Bid zonder ophouden," daarom zult
noch vertragen, maar veel meer toenemen Dit versta
men nu
minsten
maar moet
u voor den Heilige verootmoedigen. En zoo ook
Woord,
datzelfde
Omdat
in
uw
intusschen niet zoo, alsof
drang
gebed
in ons
predikt, u
gebed. Schrift om,
we buiten de
ontwaren zouden, en nu
den
eerst
door zulk een tekst zouden te weten komen, dat er gebeden
Wie het
tot het
zoo voorstelt, miskent eiken
hier.
ge niet aflaten,
geen
worden.
niet
en wat ons te doen
door ons niet afgeleid uit eenzijdige redeneering,
door ons beluisterd uit Gods Woord. albestuur
alles,
ons geen schuld noch zonde
toch
mag
staat,
loochenen.
te
moet
saamhang tusschen de open-
baring in onze ratuur en de openbaring in de Heilige Schrift. Integendeel
de drang tot het gebed werkt zoo diep uit natuur op, dat ge het gebed
ook
alle volkeren,
bij
historie der wereld het
de
uit
schijnsel
hoe
de verst afgedoolde natiën terugvindt, en reeds
bij
leert
kennen. Reeds
gebed bij
als
een algemeen menschelijk ver-
het jonge kind merkt ge dan ook wel,
het gebed er als vanzelf ingaat.
Een
kind, dat
nog van
niets weet,
vindt het niets vreemd, als moeder het de knietjes leert buigen. is
in
onze beschaafde en van
breeden kring weggestorven der
eisch zelfs
uit
gevaar
oorspronkelijke die kringen
en
gemeenlijk
angst,
den
;
God
bewijzen?
nog gedurig, hoe
toch
Naam
wel
afgekeerde wereld het gebed reeds uit
maar wat kon
natuur
En
in
ooit de ontaarding
En
tegen den
bovendien hoort ge niet
oogenblikken van spanning en
het gebed weer naar diezelfde lippen drong, die
des
Heeren
nooit anders
dan
in vloek en
God-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's