E voto Dordraceno - pagina 405
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXV. HOOFDSTUK
ZOND.
405
I.
opgevat alleen van het bewuste geloof, zou het moeten luiden:
„Vanden
Heiligen Geest, die dit bewuste geloof in ons opwekt door de verkondiging
van het heilige Evangelie en het versterkt door het Sacrament des heiligen
Avondmaals." Hieruit
overtuigende wijze, dat noch
op
blijkt
zij
die oordeelden, dat
hier alleen van het „geloofsi'ermo^ew" sprake viel, gelijk hadden, noch
En
geen dezer twee onderstellingen toch komt het antwoord
Bij
geloof.
zij
hier alleen gesproken wierd van het bewuste
meening waren, dat
die van
uit.
de eenige opvatting, die tot recht verstand van dit antwoord van den
Catechismus
overblijft
dat de Catechismus van geloof sprekende, dit
is,
beurtelings bedoeld heeft en als geloof in den ivortel en als geloof in den
bloem,
evenzoo
juist
ook
als
van een roos sprekende, hieronder de
wij
eene maal alleen de bloem, maar een ander maal evenzeer heel de rozen
met
struik
twijg, stengel
En dan
toch ware het antwoord van den Catechismus
„Van den Heiligen
wedergeboorte
de
in
Dan
loopt alles wel.
aldus te omschrijven.
ons
en wortel verstaan.
Geest, die het geloofsvermogen
en het bewust geloof in onze harten
inplant
uitbrengt door de verkondiging van het heihg Evangelie
;
en evenzoo het
ingeplante geloofsvermogen bevestigt door het Sacrament van den kinder-
en
doop,
bewust
het
geloof
versterkt
en door den Doop van bejaarde
personen, en door het Sacrament van het heilig Avondmaal."
Eerst
maar
we
als
aan
bijzonder
toch
mag
rechtstreeksche
weer
Sacrament
het
kinderdoop
van
werking
doorsnijdt
van
Gods
en
verleiden
voor
van gering.
dit
breeder uiteengezet;
Rome
zenuw van het leven der
willen, de
weer het pad effent; en we kunnen er bij
de kern der gemeente de handhaving
werking des Heiligen Geestes zoo
die rechtstreeksche ziel
den heiligen Doop, en meer
kan
den Heiligen Geest, waartoe velen ook nu
niet genoeg voor danken, dat juist
op ieders
van
toekomen,
ook nu reeds niet verzwegen, hoe de loochening van de
gemeente
de
religie
aan
den
wierd gedrongen. Het gevaar waarvoor
Van den éénen kant naderde ons
men
warm
en teeder
stond was verre
het Rationalisme, dat van
niets anders weten wilde,
dan van vernieuwing des gemoeds door
vermaan
teweeg
poogde leven
en
men
raadgeving
gebracht;
en
van
den
zedelijk
anderen
kant
ook van Luthersche zijde den overgang uit den dood in het
binden door zekere miraculeuse kracht, die dan komen zou uit
te
het Sacrament des Doops of uit het Woord. In beide voorstellingen woelde het de
Pantheïsme, en door beide wierd de majesteit en het werk Gods in harten
kostelijk,
zijner
menschenkinderen aangerand.
dat er steeds
met dapperheid en
En daarom was
het zoo
onverzettelijken ernst op wierd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's