E voto Dordraceno - pagina 421
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XL VI.
ZOND.
gebeds
zes
en
dat
een
is;
ons
Hij
recht
minder
veel
afslaan
dan
bidden,
geloof
hetgeen
zal
wij
Hem
van
dingen
aardsche
ons
vaders
onze
on-
door Christus geworden
God onze Vader
namelijk dat
423
I.
God verwekke, hetwelk de grond
toevoorzicht tot
en
vreeze
derlijke
HOOFDSTUK
is,
met ont-
zeggen." de uitlegging of
die bij
Zij,
op niet
letten,
bij
de predikatie van den Catechismus hier-
120— 121
en naar aanleiding van Vraag
een breed vertoog
gingen opzetten, hetwelk met het Gebed als zoodanig niets uitstaande had, sloegen den bal dan ook te eenen male mis. Als de behandeling van den
aan
Catechismus
Gebed
het
om
kracht op saamtrekken,
toe
moet ook de predikatie
is,
er al
haar
in het wezen en den vorm van het gebed in
dringen, en het mysterie des gebeds, opdat er rijker en beter gebeden
te
worde, voor de kerke Gods te ontvouwen.
Het punt nu waarop het ditmaal aankomt
Ons gebed
en moet altoos
is
zijn
de «aw/ie^ van het gebed.
is
een toespraak tot den Heere onzen God.
Niet een mijmeren in ons zelven, gelijk sommige mystieken, en nu menig
Moderne bidden,
het
En
wil.
gelijk
ook niet een eigenlijke toespraak tot wie met ons
Maar
zoo telkens nog voorkomt.
dit
eigenlijk en zeer be-
paaldelijk moet het gebed zijn een spreken tot het Eeuwige Wezen. Ook
mag uw
ge tot den Christus bidt,
als
lijke
God
tus eeniglijk
iets of
de Heere van terzijde luistert
Hem
gebed niet opgaan
zijt
wordt
zelven
iemand anders
maar
;
Dit
gericht.
het
Het gebed
is
richt,
waarop
was, eerste
oog in
verloren,
de
Adam
lucht. blij
gebed zich
zijn
oogenblik
te
tot
en
God
richtte.
te richten;
achter
het
moe
der
heeren
zijn
niet
minder inspanning
met
al
God
hij
soms heel een reeks
de Heere het oogmerk
al
wel met zich het
spoedig werd
God
uit
het
is
oorzaak hiervan. Vóór den zondeval verscheen
en in heilige verzuchting voor den Heere zijn God,
geboomte
met
dus niet
niet weinige onzer
Dan begon men maar
is
en waarnaar
werd het een spreken met ons zelven, of een spreken
De zonde
maar toen de zonde een scheur
Christus
God
lag te bidden, zonder dat
oogenblikken
mensche-
een toespraak, die rechtstreeks
nu klaagt reeds
gebeden aan. Ieders herinnering toch zegt hem, hoe van
tot de
ge strikt gehouden, in den Chris-
toe te spreken en te aanbidden.
een toespraak, die zich tot
tot
maar
natuur in den Middelaar,
voor
in zijn hart
God weg. En nu
God verzoend meer
kent,
zijner ziele,
is,
had getrokken, school is
het wel zoo, dat wie in
dien hangen angst voor den Heere
maar toch ook hem
om
Adam
kost het
daarom
niet
zich in zoo heiligen en bepaalden zin,
de intentie van zijn hart, op het Eeuwige
Wezen
te richten.
Van
daar die gedurige afdoling onzer gedachten in het gebed, en vandaar dat het ons zoo zeldzaam door genade der gebeden wordt gegund,
om
van den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's