E voto Dordraceno - pagina 151
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. VIII. HOOFDSTUK wezentje,
gelijk
wij
menschen toch
vaderland, vergeleken
Europa, geleken
Hoe
die
en
omdat
Hoe
starren
Hij
sterk
En wat
!
is
die al die zonnen,
grootheid
de
En
vermogen!
van
is
vanwege
roept,
de zon ver-
bij
genomen
den Heere onzen God,
bij
name
bij
Wat is heel Wat is gansch
aarde niet
nietig die
heel het firmament
klein die zon, bij
dan nog heel dat firmament en
en in alles afhankelijke
den omvang van Europa?
bij
deze aarde gezien ?
bij !
dien grooten, dien almachtigen
zijn wij, diep
den omtrek van ons vaderland ?
schepseltjes, vergeleken bij
dat
zijn,
Wat
Heere Heere kunnen begrijpen!
145
I.
kracht
zijner
er wordt er niet één
zie,
gemist Zelfs
dat
zijn,
denkt ge u de zonde weg, dan nog kan er nooit sprake van
al
in I Cor.
En
schepsel den Schepper zou kunnen hegrijpen.
een
van „aangezicht
heerlijke kennisse
XHI
ook de
de heilige apostel
tot aangezicht", die
aan Gods heiligen in den staat der heerlijkheid profeteert,
met een begrijpen van den Eeuwige en den Ondoorgrondelijke
heeft
niets
maken.
te
En
zoowel in het paradijs dat verloren wierd, als in het paradijs dat Gods
verkorenen verbeiden, groot, en wij
Wel
is
en
is
begrijpen
blijft
het naar Elihu's zielskreet
niet !"
Hem
(Job
XXXVI
kennen van den Eeuwige
er een
:
:
maar „kennen"
;
„Zie,
God
is
26.)
hem
anders dan „begrijpen." Ik ken iemand niet, zoo ik
heel iets
is
nooit zag, nooit
hoorde, nooit
met hem
zoo
aangezicht afgedrukt in mijn voorstelling draag; zoo ik aan
zijn
ik
zijn
stem
daardoor dieper
lang
hoor iets
en
leerde
dieper,
met hem
omstandigheden
man
zijn
dat
in
aanraking kwam. Daarentegen ken
hij
er
is
verkeeren zijn
meer aan
ik
mocht,
trouw en
iemand
wel,
zoo ik zijn wijze van doen gadesloeg, en
;
En
verstaan van zijn karakter.
naarmate
ik
al zijn
„kennen" gaat
in allerlei ernstige en gewichtige
en
zijn liefde leerde
vrouw en iedere vrouw haar
dit
wegen gewend wierd,
proeven. Vandaar dat ieder
man kent, en de ouders hun kinderen om al dit kennen begrijpt daarom
kennen^ en de vriend den vriend kent. Maar
geen mensch nog ooit het wezen van een mensch, begrijpt een vader niet hoe zijn
hoe zelfs
kind er kwam, hoe in dat kind
wonderbaar de
herder
saamhoudt,
of ook
Och,
begrijpt
zijn
en lichaam verbonden
trouwen hond
niet,
die
hem
zijn
schapen
en verstaat niet wat er in zulk een dier omgaat, en minder
nog hoe een zijn
in
ligt,
dat kind het onbegrijpelijke bewustzijn werkt.
ziel
beest, zonder
menschenhart of engelengeest, zoo trouw kan
en zoo aanhankelijk en zoo gevat!
„Kennen" en „begrijpen"
zijn
dus twee geheel verschillende dingen, die
Gods kind wel onderscheiden moet, en de verwarring van deze twee schept onnoemlijk veel geestelijke ellende. Want, dan E VOTO DORDR.
I.
is
er een, die duizend uit
10
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's