Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 86

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 86

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

;

ZOND. V. HOOFDSTUK

80 voor

voor eeuwigheid; aan alle vreugd vernietigende, alle leven

en

tijd

dempende,

I.

kracht in haar tegendeel omzettende schriklijke, onweer-

alle

staanbare Dood. Zooals het aan de Noordpool schriklijk

en

nu

en

verstijft

fit

omdat

en in den Dood gaat, zoo ook

stolt

er geen zon doorbreekt,

is

's

menschen ellende

kwam.

die door de zonde

en

is,

eeuwige ijskoude bevriezing van lucht en van bodem alles

in die

een zondig leven

daarom wordt

is

alles kil

God weg, en met God de zon van

dat leven

en koud en dor, en moet alles verstijven, en

bevriest alles in een eeuwigen Dood.

Er

geen ontkomen aan.

is

Die „Dood" kracht die

is

God

zoo onuitsprekelijk machtig. Bijna almachtig.

in zijn schepselen inlegde, ligt

Want

alle

saamgevat en in haar tegen-

deel omgezet, in zijn verdervend en vernielend vermogen.

Vandaar dat

hij

zoo onverbiddelijk moet

De „Dood" kan nu

leven

niet en

Maar ook

niet.

Uw

niets sparen.

eeuwig

uw

niet

Uw

niet.

liefste

uw

talent,

zijn.

ziel niet

uw lichaam

en

Uw

niet.

kind niet en uwe lieve moeder

menschelijk vermogen,

uw

wereld vol

verlustiging.

De „Dood" of

kleed,

als

dringt

in

is

Want hem

uw wezen

heel

en

En

zoo vreet geen roest in

het hout, of dringt geen vluchtige uit

de zonde geboren

uw

en heel

is,

olie in

uw

indringt en door-

aanzijn, niet rustende eer hij het

«)erdierf.

de toorne Gods.

ook die „Dood", met

doende

bode,

worm

„Dood", die

deze

alles èedierf

Dit

dringt in allen en in alles door.

geen

doorboort

al

wat

Hem

zijn vreeslijken

nasleep van „ellende",

behaagt en werkende

al

is

Gods

hetgeen waartoe Hij

uitzendt.

God

zelf heeft alzoo dien vreeslijken

Dood, en de werken van dien Dood

verordineerd.

Doch nu

slaat de

Catechismus eene andere bladzij van het boek der

mysteriën op, en daar staat boven

Ook

Dood en of

is

uit die diepte

zoo

er

nog

prikkelt

God dan van Zoo

toch

:

Van

van ellende, ook

's

menschen verlossinge.

uit die afgrijslijke

verlossing, en ook die verlossing heeft

dus de vraag zijn strenge

luidt

:

werking van den

God

verordineerd

Hoe, en waar die verlossing komen zal

straifen aflaat.

de 12de Vraag: „Aangezien wij dan, naar het recht-

vaardig oordeel Gods, tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben,

middel waardoor

wij

is er

eenig

deze straf ontgaan mochten, en wederom tot genade

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 86

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's