E voto Dordraceno - pagina 198
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLII. HOOFDSTUK
200
u anders
bij
Reeds op aarde, onder menschen, gaat ge heel
zal werken.
anders
om met
gebruik
hebt,
II.
goed, dat u niet toekomt, en dat ge slechts geleend en in
u
of dat
toevertrouwd, dan
is
met goed waarover ge aan
geen mensch op aarde rekenschap verschuldigd
zijt.
En immers
uw
blik op
beheerschende onderscheid gaat nu geheel
alles
uw
bepalen, zoodra ge weet en belijdt, dat niets op aarde
eigendom des Heeren
alles het
Hem
dat het door
u
Op
;
zal afvergen
toevertrouwd
is
;
en
van wat ge met zijn goed gedaan hebt.
goed dat in
die wijs toch wordt alle
eigendom, maar
het slechts in leenbruik hebt
gij
en met een bepaald doel
tijdelijk
dat Hij u rekenschap
is
dat
ditzelfde
den eigendom
uw hand
terstond onder een
is
hoogeren regel gesteld, aan een zedelijke orde ondergeschikt gemaakt, en het
strekt
om
niet,
u in
ter
maar om u
trots te verheffen,
uw God
verantwoordelijkheid tegenover
van dertig en meer millioen wist wat het
som jaren lang naar Gods
lijke
hem
vermeerderen, in
dan een
En
lust blijken.
mogelijk
gestild zijn.
om
zegt,
tot zijn eere
zulk een ontzag-
aan
te
wenden, zou
om
dien kolossalen schat nog te bezit zou alsdan eer een last
de wetenschap dat zoo ontzaglijk fortuin alleen
anderen het noodige missen, zou zulk een bezit
doordien
was,
en
Te groot
de dwaze, koortsachtige dorst,
terstond
eer
bestel
zwaarder de
te
doen dragen. Indien een bezit-
te
dan gewenscht maken. Natuurlijk, wie niet gevoelt, dat meer-
bitter
der bezit ook den plicht en de verantwoordelijkheid al klimmen doet, die enkel op de macht, die er
staart die
macht meer
lioen
hem
verantwoordelijkheid
zijn
toekomt, en
uit
Maar wie
steeds uit te breiden.
is
er
tuk op
om
gevoelt en erkent, dat elk mil-
enorm verhoogt, en
zoo
zijn
taak
zoo ontzaglijk verzwaart, die erkent de hooge wijsheid, van wat de spreu, Rijkdom
kendichter uitriep:
of
armoede geef mij
niet;
voed mij niet het
brood mijns bescheiden deels." Dringt eenmaal het besef: voorgoed
klein,"
goed
doen mochten
komen.
Wat
onze
„God Eigenaar en
dan kan het ongerijmd
door,
wat
wij
vaderen
willen, in
wij rentmeesters, gioot of
met ons
besef, alsof wij
geen gezonde hersenen meer op-
hun kinderen
inprentten, dat het zonde
een enkel stuk brood, waarvoor God de tarwe had doen morsen, drukt dan den algemeenen regel
uit,
dat we
bij alle
goed, dat
God
De
die-
ons toevertrouwde, vóór alle ding naar zijn wil hebben te vragen.
renbescherming
die
en
het
lijke
zijde,
koninklijke
van
strekkhig
is
veld
wint, heeft ongetwijfeld ook hare zieke-
soms stuitend
gezorgd
wijze
gebrek.
thans
wordt,
was
groeien, te ver-
te zien,
terwijl
hoe er voor dieren op een
men menschen
laat
omkomen
Voorzoover de veldwinnende dierenbescherming dan ook die
heeft,
moet
aan deze beweging,
ze weerstaan.
gelijk
Maar
dit
neemt
uiet weg, dat ook
ons volgend hoofdstuk nader zal aantoonen, een die-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's