E voto Dordraceno - pagina 27
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. II HOOFDSTUK die
en
doodt
maakt,
ellendig
zoodra
21
I.
van haar spoor afwijkt of er
ge
tegen ingaat.
Immers
in die
Wet
de Heere zelve
is
zich inzetten tegen die Wet,
God tegen
almachtigen
is
Hem
dus tegen
zich krijgen.
Hem, en
wie haar hoort, hoort
;
En
gaan staan,
d.
Hem den
i.
hoe zou nu een bloot schepsel
anders dan ellendig worden en onder den dood raken, als het den Heere
onzen God tegen zich in
krijgt.
Zoo nu staat het op elk gebied.
Een
en dronkaard, een wellusteling en dienaar der zinlijkheid
brasser
aan de Wet, die God voor zijn lichaam gaf; maar gaat
stoort zich niet
tegen
wet in; en het gevolg
die
en
pijn
en
ongesteldheid
is
slapheid
hem
dat God, de Heere,
in allerlei
komt ontmoeten. En zulk een
voelt
zich dan ellendig en jammerlijk en ongelukkig, en de geneesheer, die tot
hem
komt, verkondigt
matig en ingetogen
Maar geheel
hem
in het zeggen
—
zijn,
de wet van
datzelfde geldt nu, en in
Gij
:
zijn
moet sober
God
leven,
moet
gij
voor het lichaam.
nog sterker mate voor de Wet
des zedelijken en des geestelijken levens, die er de keerzij van vormt.
De wet
tweeërlei.
is
Een wet voor ons uitwendig en een wet voor ons
inwendig leven, en die twee hangen samen.
Had nu inwendig
mensch
de
leven
leven brak,
inwendig
te zegenen.
Maar nu
zijn
zijn
God voor
zijn
uitwendig leven
de wet voor zijn inwendig
hij
vloeide hier ook vanzelf uit voort, dat hij de wet van zijn
tegen
leven
Zonde
saam.
innigst straf
nu
hem
Wet van
dan zou ook de wet voor
ontzien,
voort zijn gegaan
het paradijs de
in
kreeg.
zich
Zonde
en
straf
hangen alzoo op
het breken van de geestelijke wet, en
is
is
't
niets,
de noodzakelijke krenking, die ons in ons uitwendig leven wordt
is
aangedaan door de wet, die God voor ons uitwendig leven
gaf,
zoodra wij
de inwendige wet breken. Dit
kan
het geheel bijzondere van de wet des geestelijken levens,
toch
is
tot 's
menschen wil komt, en niet anders dan door
dat ze
worden.
volbracht
Een
draagt geen zedelijk karakter. wet,
of
niet
bezit,
hij
wil
om.
Daarbij
Een
zelf als
wil
steen valt naar het gebod van de natuur-
of niet, en geheel buiten den wil, dien een steen zelfs
Het water
daalt van de bergen
komt ganschelijk van geen
af,
Dat
omdat het moet, en alles
wil sprake.
het op zedelijk terrein. Zedelijk leven bedoelt juist
schen
menschen
daad, die geheel buiten onzen wil omgaat,
het kan niet terug tegen de bergen opstuwen. vanzelf.
's
:
moet, dat gaat
Maar anders
instrument in de ten uitvoerbrenging van de wet
optreden.
Meer dan instrument
er eenige
daad van barmhartigheid geschiedt, gaat die altoos
is
is
den persoon des mente laten
de mensch ook met zijn wil niet. Als uit
van God,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's