Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 235

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 235

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. X. HOOFDSTUK

Heere

En

gebied voert.

zijn

overmits

geloovigen zijn en het dus voor

zij

den Heere hun God opnemen, staan ze er nu gebied

wet

229

III.

om

op,

dat onregelmatige

groot mogelijk te nemen, en dat domein waarop de Natuur-

zoo

zooveel mogelijk in

zal heerschen,

En

krimpen.

te

maar

tuurkunde

zaamheid

en

zat

stil

Maar nu

geven.

niet voortschreed zou

Natuurkunde

die

en

ontwikkelt,

En

op

dit

men haar

alle

eere

zoo voortgaat,

blijft er

zal het einde zijn, dat

dit

ten

aan God

ontnomen wordt.

zijn heerschappij

onware standpunt moet

maal de Natuurwet buiten God

nu de Na-

maar eene koene werk-

zit,

als dit

ze,

meer owregelmatigs over en

niets

mijn Heere heel

stil

als

meer Natuurwet ontdekt nu maakt

telkens

de geloovigen bang. Ai mij, denken leste

niet

nu wordt

hieruit

hun vijandschap tegen de Natuurkunde geboren. Immers

men

wel zoo oordeelen. Wie een-

en voor God alleen het onregel-

plaatst,

matige overlaat, die moet wel begeeren, dat allengs de Natuurwet leugen en

blijke

mogelijk

zooveel

aan

terrein

beheersching

haar

onttrokken

blijve.

Doch

komt nu onze Catechismus op

juist tegen heel deze voorstelling

van Gods eigen Woord dan ook op

grond

daarom

delberger

en

;

let

er op, hoe onze Hei-

Zondagsafdeeling juist niet zegt: „alzoo dat

deze

in

storm en onweder, aardbeving en pestilentie ons niet Vaderlijke

zijn

gewone

en

hand

spijs

Reeds Calvijn had voorstelling,

alsof

dan ook met nadruk op gewezen, dat heel deze

gewone

dingen

de

door

gehandhaafd:

belijdenis

dat

natuurwetten

gedragen

door eenige natuurwet in zijn

hetgeen

al

gang en loop bepaald wordt desniettemin, tot oogenblik in zijn

uit te breiden,

Natuurwet deswege

daarom, van oogenblik

of juist

gang en loop bepaald wierd door God.

verre van hiertegen op te

wel

nog

zelfs

maar van

juist de zeer

diep ongeloovig was, en daartegenover de gansch Schriftuurlijke

worden,

En

geval

bij

omgekeerd

en drank."

er

de

hij

dingen opsomt, en u spreekt van „loof en gras,

regelmatige

regen en droogte,

maar dat

toekomen";

komen, wenschen

en te verklaren, dat

in

zijn

gang

alles

van

oogenblik

en

loop

bepaald

o.

i.

wordt,

alles

wij

deze stelling

door een vaste

maar

dat ook juist

tot

oogenblik beschikt en geregeld wordt

en

al

door Gods eigen hand.

Wij

verwerpen

selen.

vormt,

en

dus

geheel

die

in regelmatige en onregelmatige,

deeling

Het

voorstelUng

van een

staat voor ons vast, dat alles één gebied, één terrein, één

en dat er op

loop,

valsche

gewone en ongewone verschijn-

dit

gansche terrein niets

door die natuurwet bepaald.

is,

domein

of het volgt zijn

gang

Ook de storm, ook de aardbeving.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 235

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's