E voto Dordraceno - pagina 94
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XL. HOOFDSTUK
I.
komt dan ook het zeggen van de Schrift: „Ge zult uw zichnaaste liefhebben als uzelven" tot zijn recht. Hoe toch heeft iemand zijn kind, zijn vrouw, zijn vader, zijn zelf lief? Op de wijze waarop hij uw vriend bemint? Och neen, ge moogt ingenomen zijn met uzelven om Juist hierdoor
vorm,
gaven
die
of
komt
Eigenlijk
uzelven
om
gaven ingenomen,
maar toch hebt ge
of inwendige gaven;
vorm
uitwendigen
dus
uw
dien
ge met dien vorm en
zijt
uw persoon
daardoor
die
op den voorgrond te dringen.
(van zelfzucht wel te onderscheiden)
zelfliefde
alle
daarop neer, dat ge
Slechts
lief.
om
niet
uw
persoon handhaaft, dat ge
aanzijn als
mensch
te onder de menschen mainteneert, en uw plaats onder menschen zoekt doen, en behouden. Dat moge nu een zondig mensch op zondige wijze buiten maar overslaan; daardoor in zelfzucht vervallen of in hoogmoed
de
waar God
plek, te
gerekend
zonde
having
Zoo komt dus de
hebben
zelfliefde
van ons geëischt wordt,
w. dat
t.
uw
naaste
lief-
ten opzichte van onzen naaste juist datzelfde
omdat
als uzelven"
op de
geschapen
op de bloote persoonshand-
juist daarom nu zegt Jezus: „Gij zult
En
neer.
Hem
ons geplaatst heeft, ons als persoon van
mainteneeren.
om
deze zelfliefde slechts de drang in ons,
is
we hem op de plek naast
ons,
waar God
hem gesteld heeft, als door God geschapen persoon zullen aanvaarden, en om Gods wil zullen begeeren. Onze Catechismus zag de strekking van dit gebod dan ook volkomen
juist in, toen hij,
na het verbod
te
hebben afge-
hetgeen hier geboden werd, duidelijk uitsprak, zeggende in Vraag 107: „God, verbiedende den nijd enz., gebiedt dat wij onzen naaste liefhebben als onszelven en ook onzen vijanden goed doen." ook
handeld,
Deze
dat ge iemand, die
u hij
brouwt, ja,
u
u beschimpt en
uitscheldt en niets
beleedigt en aanrandt in
zoudt liefhebben.
is
wordt onnatuurlijk, zoo ge er onder verstaat,
toch
vijandsliefde
Dat heeft geen
uw
zin.
dan kwaad tegen
vrouw en kinderen, zooals
Maar
diezelfde vijandsliefde
er toe uit Gods verkrijgt een zeer heilige beteekenis, zoo ge den drang van vijandschap bestel afleidt. Hoewel die persoon uw vijand is en daden
u
tegen
verricht,
maar door God geschapen, en door God, onder
gaan
staan,
daar
geplaatst.
geval of buiten
Goddelijke
man
Die
God om,
het diepst van zelven
om
inzien,
dat die
uw
staat daar niet bij vergissing.
dat
dat
ordinantie,
u alzoo bejegent.
ge tegen
besef vrede
zijn wanstaltige
te
hij
dit bestel
man voeren
op ;
mee
heilig bestel
Het
is
En deswege nu
niet bij
eischt de
van uw God u niet ver-
meer nog, dat ge omdat God het
zetten zult, ja, veel
en orde op
niettemin niet uit zichzelf opgekomen en daar
hij
is
alzoo bestelde, er in
zult hebben, en alsnu dezen persoon
gedraging eer beklagen dan haten zult; zult
uw weg
is
gezet,
en hem, omdat
hij
om uw mensch
geloof tot hooger rang is,
niet tot erger prik-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's