E voto Dordraceno - pagina 392
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
392
XXIV. HOOFDSTUK
ZOND.
niet
omdat het werken moet;
niet
om
boek ik
Godswil
maar om de
zelf,
om
moet
loopt de
te
Weg met
De
het
eigen
zijn
men
deugd, zegt
staat,
dan,
men
het kinderhart te bannen, merkt
Kortom,
staat laag!"
men
af van het oude Stoïcisme, en terwijl
lijn
uit
om
om
aanmoediging en belooning!
alle
van belooning nog
standpunt
het
hoogmoed bezig
en dus eigenlijk
;
ouders;
zijn
weer niet
in dien prijs
eer die er in steekt
zelf gezocht.
zich
Wie op
men
En
prijs.
zucht naar zelfverheffing en hoogheid.
uit
;
om
niet uit plichtsbesef; niet
maar om dien
;
VI.
waant, den
men
hoe
niet,
juist
een nog gevaarlijker soort hoogmoed, den geestelijken hoogmoed,
is,
kweeken.
Ook
komt de
hierin
tegenstelling tusschen Christelijk en niet-Christelijk
onderwijs weer zoo duidelijk zijn
God wezen. En
lokt door het land
om
kan,
anders
Sterker nog,
zou.
Christus Jezus niet alleen
en
aangenomen.
hij
voor
hij
leest in
de Heilige Schrift, dat
maar ook „belooning"
voor den arbeid zijner
het
toen
zich
Klein-Azië
Maar bovendien schonk de Vader toekwam
verborgen
zijn
eigen
in
richt,
de
zeven
mystieke hij
;
manna;
hij
naam
dan verzuimt
niet,
hij
om
En van
dit
alles
zal
Hieruit
leven niet
gegrift is; hij
Gods;
blijkt
is
;
hij
boom
zal eten
van
zal
macht ontvangen over de
ja,
hij
zal
;
hij
met Christus
een pilaar
zal
zitten in
zegt de Christus, dat de zijnen dit van
hem
zijnen
zullen
Vader.
dus voor den Christen, dat God de menschelijke natuur
een „belooning" heeft aangelegd, dat de aard van het zedelijke
zulk is
elk dezer kerken
een witten keursteen ontvangen, waarin
worden met witte kleederen
zal bekleed
in het huis zijns
zulk
Paulus aldus
brieven der Openbaring tot de
ontvangen, gelijk hij het ontving van zijnen
op
wat
aan
des levens, die in het midden van het paradijs Gods
het
troon."
was hetgeen
belooning voor te houden. „Die overwint, zal eten van den
rijke
worden
heeft ontvangen
ziele,
heeft hem God uitermate zeer verhoogd en heeft naam boven allen naam, die genoemd wordt in den aarde." En als deze Christus, die zelf zulk een belooning
aannam,
en
heidenen
door het
een
hemel of op de
in
ja,
daaruit, dat het niet onzedelijk
„Daarom
omschrijft:
een
„loon",
„loon"
Zijn
„belooning",
een
hem gegeven
kerken
hij
ons in onze plaats verwierf.
ontving
Israël
een belooning of prijs uit te reiken; want dat zijn God het
doen
niet
hem nog
God
dan
hemel trekt door de schetsing van het Nieuw
zijn
beloven van een „kroon", dan besluit zijn
wil niet wijzer
Schrift ziet, hoe
het toezeggen van allerlei „belooning",
door
en
in de Heilige
„overvloeiende van melk en honig", en in het Nieuwe
Verbond de zijnen naar Jeruzalem,
Een Christenmensch
uit.
nu
als hij
een
belooning
niet slechts toelaat,
maar
eischt; en dat het
een Christelijk, maar een Heidensch ideaal najagen, als
men
het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's