E voto Dordraceno - pagina 319
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXIII. HOOFDSTUK V.
319
VIJFDE HOOFDSTUK. Want God was
Christus de wereld met zich
in
zelven verzoenende, hunne zonden
hun
niet toere-
kenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. 2 Cor. 5
Ge
staat dus onder het recht
God
door
God
uw Rechter
als
Gods en moet naar eisch van dat recht
bevonden
in zijn rechtspraak, dat ge
dan
eeuwige
rechtspraak,
zijn
hebben, zoo
te
aan dat recht niet
zijt
man
te
zijt
hebben
luidt dit oordeel
Gods
in
aan dat recht volkomen voldaan
ge een rechtvaardige te
blijkt
te
en kan u niet anders
zijn
Maar ook
verdoemenis. ge bevonden
dat
19.
geoordeeld worden. Luidt nu het oordeel van
voldaan, zoo blijkt ge een ongerechtig
wachten
:
en kan u niet anders
zijn,
wachten dan eeuwige heerlijkheid.
Wanneer Ten
God nu
velt
dit oordeel?
finale natuurlijk eerst in
loopt heel het leven dezer wereld uit, en het
leven
wereld
dezer
afscheidt
staat te komen. Maar, en dit hierbij
wat
niet
de
zijn,
Hem
dit niet alzoo.
rust
is
hij
bezig
met het onder-
alle
bij
God den Heere
waarmee
wetenschap,
is
dingen van eeuwigheid bekend. Zijn weten-
op onderzoek en het hooren van getuigen, maar
niet
onmiddellijke
verkeert
eer de dag aanbreekt waarop
boek van strafrecht. Maar
zijn
zijn
God de Heere
rechter op aarde weet niet
het hooren van de getuigen en het nazien
processtukken,
van de artikelen van
schap
De
eeuwigheid, dat dan
der
nooit vergeten,
vonnis moet vellen. Tot op dien dag
van
zoek
mag
dien oordeelsdag
die oordeelsdag, die het
is
leven
het
uitspraak van zijn vonnis zal
de dit
hij
van
een rechter op aarde.
gelijk
Op
den dag des oordeels.
zijn
alziend
is
een
oog het wezen en den
stand aller dingen van eeuwigheid af doorziet. Sterker nog, heel het verloop
van
einduitspraak
volgen
Al het
van
zijn
recht,
die
eerst
in
den
dag
des oordeels
zal.
komt einde
die
einduitspraak van Gods oordeel over ons dus eerst aan
der dagen, voor
kent ieders wezen en op
haar geschiedenis lag van eeuwigheid in den Raad
Heeren besloten, en in dien Raad des Heeren lag dus ook besloten
des
de
en
wereld
der
aarde
weet
lot
Hij, onze
God
ligt
ze
van den aanbeginne gereed. Hij
en toekomst, en van een iegelijk menschenkind
God, nog eer we geboren waren, wat de eind-
uitspraak over een iegelijk onzer in dien dag des oordeels zijn zal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's