E voto Dordraceno - pagina 306
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
306
ZOND. XXIII. HOOFDSTUK
III.
zonde, noch van den Christus, noch van genade ook
woord
Ten tweede raakt
kon. zeer
maar met een enkel
sprake. Iets wat bij het rechtvaardigmakend geloof niet uitblijven
gewisselijk
wat hier wordt opgesomd den mensch
al
reeds
mensch
als
Adam
den staat der rechtheid. Ook
in
FÓór zijn
moest een vasten grond hebben voor de wezenlijkheid der onzichtbare
val
dingen en voor de eeuwige zaligheid waarop gelooven
Hem
ken
Adam moest
ook
delijk,
Waaraan
zoeken.
God
gelooven, dat
ten derde nog
En
verklaarde.
en een belooner
is,
is
ein-
dergenen
toegevoegd, dat deze uitspra-
den val gaan, daar ze gewagen:
tot achter
toebereid, zoodat hij
God
uit
zij
Ook Adam moest
hoopte.
hij
Woord had
zijn
den oorsprong der dingen anders dan
nooit
die
God de wereld door
dat
van den grond
1".
aller
dingen, 2. van de schepping der wereld, en 3. van de algemeene betrek-
God moet
staan. Uit dien hoofde is het voor
twijfel onderhevig, of in
deze meest pertinente uitspraken,
mensch
king, waarin de
aan geen
ons
we
die
in de Heilige
eigenaardig
en
Schrift over het geloof bezitten, wordt ons niet het
bijzonder
zondaarsgeloof
algemeenen
tot
karakter
van
het
een wonder gewrocht
door
maar ontvangen we
geteekend,
omtrent den
onderricht
aard van het geloof als grondtrek van dat bewustzijn, gelijk
God den mensch was ingeschapen.
het oorspronkelijk door
Vandaar
steeds alle uitleggingen en predikatiën mislukt
dat
XI:
deze teekening in Hebr.
poogden
zondaarsgeloof
die
zijn,
3 en 6 bepaaldelijk van het zaligmakend
1,
te verklaren.
Immers, dan kon men
dit niet uit
de woorden die er stonden halen, maar moest er dit van elders inschuiven.
En
ook,
voorkeur
dan
ziet
op
deze
men
in dat de ketters en rationalisten
men
toch toe, dat Hebr.
den
zondaar omschrijft, dan
van de offerande Is
dit
dan
het voor
ik
zij
1,
:
zaligheid te zoeken. Geeft
ligt
het voor de hand, dat is
men
er de con-
met geen woord
van den Middelaar, of van de genade Gods sprake.
ook huiten den Christus erlangen. Iets waarbij nog her-
dit
feit,
Gods
aan
in de plaats te
daarvan
eet,
dat Satan den mensch tot zonde bracht, door
Woord stellen,
te
ontnemen;
er ongeloof aan dat
door zijn zeggen:
,God weet dat
Terwijl het dan ook onze
ten dage
Ninevé,
zijn,
toch gezegd kon worden: „aan
wie
van
„Gij zult als
zijn
God
opmerkzaamheid verdient, dat de lieden
van
bij
hem
Woord
ge den dood niet zult sterven;" en er geloof aan
eigen Satanisch woord voor in de plaats te schuiven: zijn."
het geloof in
3 en 6 het rechtvaardigmakend geloof van
deze omschrijving of teekening
Christi,
aan het
geloof
als gij
XI
zich altoos bij
om van
dus metterdaad het geloof waar onze zaligheid aan hangt, welnu,
kan
innerd
In
trekt:
uit
hebben,
komen om buiten den Middelaar
Christus af te
clusie
beroepen
uitspraken
zaligmakend
zondaarsgeloof geen sprake kon
God geloofd
te
hebben."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's