E voto Dordraceno - pagina 500
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XLIX. HOOFDSTUK
ZOND.
502
het span doen en gelijkelijk optrekken
in
wagen
om
En
vooruit.
nu ook moet het
zoo
III.
komt de zwaarbeladen vracht-
De Heere onze God
hier zijn.
het met eerbied zoo uit te spreken, geen locomotief, achter wien
omdat
aanglljden,
ons
aankomen, en op beeld
tuurlijk
ons
kennen,
ook
dere Goort
is,
met
de goede Herder, die
is
Hem
een Schrif-
Hem
stem
zijn
Na
volgen, vertroost door zijn staf en stok.
van een geheel an-
dan de
En
der schapen.
wil
nu
zoo
wil ook de
Heere onze
maar we hebben
God
niet,
zijn
wil
zijn
recht komt, als wij zijn wil volgen, niet als uit bedwang,
met onzen
dat wij zijn wil
eeren
te
staf voor
zijn
de schaapkens van zijne kudde, die
zijn
die als zoodanig veel hooger staat, en
wil,
om
roepstem zullen volgen. Of,
we
Hij gaat voor
kudde alleen de herder een denkenden, eigenen oorsprong
die
bij
makenden
wij
nu achter
en
zijn
nemen, Hij
te
en
uitgaat,
heeft
maar
Toorttrekt,
en lokt ons achter zich, ook ons wenkende dat we achter
uit,
zullen
met overmacht
Hij ons
is,
een hoogeren
als
wil gelijk stellen, wil,
zoodat onze wil alleen dan tot
maar het
zelven alzoo willende, gelijk Hij het wil.
Nu
met Gods
zelf
vanzelf
wil saamvalt, zoodat er
den hemel. Ze hebben nooit een
hun eigen
dezen
bij
de gezaligden in den hemel
zijn
is
eenswillend
wil,
Gods
die eerst tegen
dan wat God
willen nooit iets anders
hart
onze wil van-
geen sprake
strijd
Gods
wil te verzaken en
van wilsverzaking komt dus
Hun
van
als
is,
en alles
In dien idealen toestand verkeeren dan ook de engelen in
gaat.
om aknu Zij
dan eerst bereikt,
hierin het hoogste natuurlijk
is
wil.
wil overstaat,
wil uit te richten.
kennen
Strijd
zij
deze hooge geesten geen sprake. in
dit
en
niet,
En
ook
opzicht van allen strijd ontheven.
met hun God gemaakt, en
komt meer een
nooit
andere wilsaandrift in hen op, dan die geheel en volkomenlijk met Gods wil strookt. de, zelfs
Ook
den
strijd
boven.
te
met Gods beste kinderen nog
Gods genade
door
zijn
zij
veel dat vroeger
tot bekeering
hem
Maar
zoo
volstrekt niet.
het hier op aar-
is
Wel
kwam, begint een afkeer
ten deele.
Wie
te krijgen
van
aantrok, en zich getrokken te gevoelen tot veel dat
vroeger tegen zijn lust en zin inging.
Maar
zelfs
bij
den
allerheiligste is
die omzetting en overbuiging van den wil nog altoos een onvolkomen werk.
Geen dag gaat
er
grooter dingen,
maken ook Gods kinderen
voornemen, willen
ken ze
hun
zij
iets
voorbij,
;
met Gods
dit niet eens, doordien ze
iets
of in allerlei klenigheden, en
kunnen
wat ze doen, en het
is
zij
wil overeenstemt. Dikwijls
nog verblind
waaruit volgt, dat ze dan ook den
eigen wil niet
soms
plannen, hebben
allerlei
in
een
en hebben ze iets op het oog, dat óf gansche-
óf althans ten deele, niet
lijk,
nen
dan ook
inzien.
zijn,
strijd
mer-
en Gods wil niet kentusschen Gods wil en
Ze overtreden dan, zonder dat ze weten
met het oog
hierop, dat
David bidt: „Heere,
rei-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's