E voto Dordraceno - pagina 15
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND.
en
lichaam
HOOFDSTUK
I.
bei" de eenige troost beide malen in ditzelfde
ziel
zooals ik ben en besta, mijns
ik,
9
II.
ligt,
dat
Heereu ben.
Dit nu strekt zich natuurlijk tevens uit tot de levenssfeer, die én voor ons
lichaam
voor onze ziel gegeven
én
Ook ons lichaam
op zichzelf, maar leeft in verband met
is.
staat niet
het zichtbare. Door dit nadruk
al
leggen op „ons lichaam" neemt de Catechismus dus terstond geheel ons zichtbaar en uitwendig leven tevens in onze godzaligheid op. Kloosterachtige
laatdunkendheid tegenover de zichtbare wereld
maar ook afgesneden
sneden,
men maar Gods
verborgen
hiermee dus afge-
is
slordigheid en achteloosheid, die, mits
alle
omgang had,
plichtsverzuim wilde vergoelijken
nalatigheid in het aardsche leven verontschuldigen.
of
lichaam, evengoed als mijne
ziel,
eenmaal mijn
Is
genadeverbond opgenomen en daar-
in het
mee ook
heel mijn uitwendig leven geheiligd, dan volgt hieruit vanzelf, dat
ook
zorge
de
voor de reinheid van het lichaam en de gezondheid van
mijn lichaam, en de voeding van mijn lichaam, en de Meeding van mijn
lichaam onmiddellijk onder de beademing des geloofs komt, en dat evenzoo het zorgen voor de huishouding, het volijverig zijn in ons goddelijk beroep,
het
deelnemen
paden
aan
van den hurgerstaat, het uitgaan op de
zaken
de
der wetenschafpen, en het belangstellen in alle uitingen van ons
maatschappelijk beheerscht
leven,
wordt. !"
ongeloovige
rechtstreeks door den zuiveren drang des geloofs
„Wie
huisgezin
zijn
niet
dan een
verzorgt, is erger
zegt de heilige apostel, en juist aan deze zuiverder opvat-
ting van den eenigen troost des levens dankte eens ons Calvinistisch volk zijn
zijn
roep
van zindelijkheid en netheid,
voorspoed in nering en bedrijf,
zijn
zijn rein
naam
en
rijk huiselijk leven,
in kunsten en wetenschappen,
en ook de macht, die het over de volken kreeg. Onze vaderen verstonden het, dat
ook „onze lichamen leden van Christus zijn," en wisten
doen met de zeldzame kracht, die school in de heerlijke belijdenis wij leven, hetzij
Deze het
en
meet
af
voordeelen, in
:
„Hetzij
Heeren!"
gezichtspunten nu zijn voor een volk kostelijker dan
algemeene
goud van Ophir, en niet geestelijke
van
wij sterven, wij zijn des
profijt te
te
die
berekenen
aan
een
zijn
volk
de uitnemende te
beurt
stoffelijke
vallen, zoo het
deze zuivere paden en gangen geleid wordt, door uit-
zuivering uit zijn religie van elke principiëele dwaling en een reformeeren
van de uitgangen van
Wie als
zoo,
mensch
zijn bewustzijn.
naar het woord van onzen Catechismus, in de volstrekte eenheid
zijn tijdelijk
en eeuwig leven
die
in
is
rijk
zijn
geloof,
mag die
van
zrjn
zijn aanzijn
lichaam en
en bestaan
zijn ziel,
van
opvatten, die heeft wat aan zijn religie,
behoeft geen oogenblik uit het schoone
heiligdom zijns Heeren uit te treden, maar die ivoont metterdaad
in
den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's