E voto Dordraceno - pagina 287
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIV&. HOOFDSTUK zóó
toos
gehouden,
klein
dat
beginsel, ja, een klein beginsel
Gevaar
schuilt
bovendien
deze
in
gezegd worden, niets anders dan een
ze
van deze gehoorzaamheid
niet,
en ze
is
niet te ontkennen, dat vooral in
toch
valt
te hebben.
dus in het minst
voorstelling
Het
noodzakelijk.
289
II.
Gereformeerde kringen,
uit reactie tegen het Perfectionisme, als tegenover-
gestelde
uiterste,
vaak
geboren
kind van God, ook
nog
zoo
een
voorstelling
zestig jaren, aan het eind zijns levens
Ook
begon.
zijn loop
dat het geloof het één en al
geen
is,
mag
sprake
een weder-
is
toen
zijn, als
hij
van deze verkeerde
hun kringen toch hoort men vaak,
en dat er van
,
goede werken" en „hei-
Wel van onze
zijn.
alsof
nog even ver zou
sommige Neo-Kohlbrüggianen
bij
richting het spoor niet uitgebleven. In
ligmaking"
insloop,
een persoon na zijn bekeering
al leefde zulk
centrale heiligmaking,
die
we
die
persoonlijk in ons gewerkte heiligmaking, waardoor de Heilige Geest
maar
in Christus bezitten, en die het geloof aangrijpt;
van
niet
ons naar het beeld des Zoons vervormt. Hiervan toch, zoo zegt meer dan
één in die kringen, kan daarom nooit sprake precies
gelijk
aan een niet wedergeborene
is
men
„rotten hoop" hgt, gelijk
aan
of
in
hem
is
dan dat
hij
als
dat er in
;
met hem op een
nu
is
is
bewustzijn het
zijn
in lijnrechten strijd
God „van nieuws
hem
zelfden
en er niets nieuws
;
een gave Gods in
de Schrift getuigt, dat een kind van
„een nieuw schepsel"
;
omdat een wedergeborene
het dan soms uitdrukt
geloof ontving. Geheel deze voorstelling
is
zijn,
met wat
^reioz-w" is; dat hij
uitgestort „een
zaad Gods"
;
en voorts met de gestadige en bestendige betuiging van Gods Woord, dat
Gods kinderen moet
er in
zijn
wasdom, een toenemen,
steeds voortgaande
een vorderen in genade. Zulke denkbeelden zijn dan ook alleen opgekomen deels tegen het Perfectionisme, deels tegen de moralistische
reactie,
als
zienswijze,
voornemen
die
het
feitelijk
om
braaf
te
geloof opzij drong, de wedergeboorte in een
zijn
En
wederoprichting van het werkverbond. listische, heel
en de heiligmaking dreef als een
stelde,
natuurlijk tegenover deze mora-
het genadeverbond vernietigende, en
zelfs
Christus, het voorwerp des geloofs, overbodig
deze
poging om, op eenzijdige
wijze,
nu eens
feitelijk
makende
theorie,
was
het geloof alleen naar
den
voorgrond te trekken, ten deele in haar recht. Menigeen in
staat,
om
alle geloof, ja,
het onderscheid in te zien tusschen wat
is
hij
eerst
nog niet
centraal door
het
geloof in Christus heeft, en hetgeen uit dien Christus persoonlijk in
zijn
hart wordt uitgewerkt.
kan
het
eenige
zelfs zijn
werk
Gods"
goede zijde een
schijn ontsta, alsof het
ware.
Doch
gevaarlijk,
E VOTO DOKDK. IV.
En
men met hebben, dat men
zoolang
dezulken te doen heeft, op het geloof, „als het
zoo vollen nadruk legge, dat een oogenblik de
met het ontvangen van deze gave des onwaarachtig
en
verwerpelijk
wordt
geloofs uit al
19
zulke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's