E voto Dordraceno - pagina 221
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
223
ZOND. XLII. HOOFDSTUK V.
vrek naar de stroom van goud. Alleen die kan zijn heeten dorst lesschen.
Nu
die zijn
goud in een kous wegstopt, en
kan
vrek
wel
zeer
En
kleeden.
toch
en
God schuldig
voor
blijft hij
rentmeester
Heeren
des
en
aanwassen,
het
in
in zijn
dienst aan te wenden, al oppot, al laat
kapitaliseeren
wel
oplegt tegen
of hij spaart
zichzelf,
bij
God
tienduizenden,
om
in,
zijn
milüoenen,
ja,
van
zijn lieven
;
God geboden sparen
maar een
om Gods
zijn
na
zijn kroost
iegelijk
is,
zijn
weet dan ook
of wel dat hij pot en
wil,
geldgod machtiger
gemeen gebruik onttrokken,
het
verzekert. Iets wat
toekomst
zijn
dood, niet plicht van Godswege zou zijn zeer
te gebruiken en als
voor den ouden dag, en voor
zorgen
dat
Neen, de
o,
staan aan de zonde
van het
natuurlijk niet zeggen wil, dat er ook niet een door
ook
eet.
aanwezig,
en zich naar behooren voeden en
leven,
fatsoenlijk
is
droog brood
zelf
der gierigheid, indien hij zijn geld in plaats
noch
hem
die zonde der vrekkigheid volstrekt niet enkel bij
is
te
maken. Duizenden en
op die zondige wijze opgetast, en aan
omdat de arme Mammonaanbidder
alleen
Dan
geldgod niet scheiden kon.
heeft de
man
zelf er niets
aan, en zijn gezin heeft er niets aan, en de wereld heeft er niets aan. Alleen
maar, in
het gouden afgodsbeeld, en voor dat beeld ligt
zijn huis blinkt
de ellendeling op
en brengt, doordien
zijn knieën,
mon
verwerpt, eeuwige verdoemenis over zijn
zijn
dan op het
milde
nog
laatst
Gods
schenkingen
waren ook daar niet toe
tot bekeering
kerken
God voor den Mam-
gekomen, en hebben althans door
verblijd;
te brengen.
hij
Enkele van die zondaren
ziel.
maar de verharde zondaren
Dat men na hun dood verbaasd zou
staan over het groot kapitaal, dat ze hadden saamgebracht, was
de
In
glorie.
komende belasting op het
gestorven waren,
De
hun
zoeten,
triomf.
verkwister schijnt nu wel heel een ander
man
om
bidden,
De
maar om
vrek
is
die
in het leven te
van
Mammon
hem
tot zijn dienaar, koorknaap, of priester koos,
het
volle
de
piëtist.
ornaat
van
gedaan zich den volke
Aan
En zaak
Wie
verkwister
is,
stilte
zien, te ervaren,
de mystieke Mammondienaar, de verkwister is
is
en
in
hij
mint
te aan-
te toonen.
den dienst
er prat op, dat
en
staat
Hem is het niet
de macht van zijn geldgod in de
macht
maar
te zijn,
toch in den grond der zaak schuldig aan dezelfde zonde.
de lust zijns harten,
nog eer ze
versterf vierden ze
maar valschen
hun bange
Mammon het,
om in
zijn priesterlijke waardigheid, rijk gekleed en wel-
te
vertoonen. Zelfs zijn zulke lieden mild.
een arme een gulden, een rijksdaalder toe te werpen,
waarom
niet ?
dat heet dan nog barmhartigheid, terwijl het toch in den gi-ond der niets
anders
is
immers Mammon, en
dan hij
is
Mammonistische machtig
als
bluf.
De oppermachtige
Mommons profeet. Het
is
valsche van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's