E voto Dordraceno - pagina 496
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
498
ZOND.
XLIX. HOOFDSTUK
III.
DERDE HOOFDSTUK. Om
nu niet meer naar de begeerlijkheden der menmaar naar den wil van God, den tüd, die overig is in het vleesch, te leven. "Want het ia ons genoeg dat wij den voorgaanden tijd des levens der heidenen schen,
wil volbracht hebben. 1
Eer we het bedienen van ,ambt en roeping" glippen
Petr. i
2,
:
3a.
nog
laten, sta hier
kort woord over het „gewilliglijk en getrouwelijk" bedienen van ons
een
Goddelijk beroep, waarop de Catechismus, en volkomen terecht, zulk een
Het
we onze taak
nadruk
legt.
manier
van een schoolknaap, die nu ja het opgegeven werk afmaakt en
toch niet genoeg, dut
is
de opgegeven lessen
en in den grond van
werk
zijn
ontslagen mocht
beroeping
God
aldoor in zichzelf mokt,
hart niets liever wenscht, dan dat
zijn.
Wie
om
van
hij
dit
ambt en
toch op zulk een wijze in zijn
kan niet bidden
verkeert,
in zijn arbeid zijn
maar onder het werk
leert,
afdoen, op de
inzicht en wilskracht, opdat hij
nu
getrouwelijk en gewilliglijk diene. Is hier
des-
niettemin uitsluitend van een gebed, van een bede, van een smeeking tot
God
sprake,
dan springt het
gemoeds
des
bevolen werk
in het oog,
hoe deze bede zulk een stemming
onderstelt, waarin onze eigen ziel begeert,
met goeden
ijver
om
het ons aan-
en trouwe zorge te volbrengen.
Om
deze
derde bede van harte te kunnen meebidden, moet er alzoo lust en liefde
uw ,ambt
voor
uw
en
beroeping" in u leven; en moet het u verdrieten,
indien ge in de volbrenging van
uw
ideaal
gelijk gij
mens ook
En
blijft.
uw
taak uzelven niet voldoet of beneden dat ge er niet in verkeerdet,
juist dit hinderlijk besef,
wel wenschtet, en de gedurige ondervinding, dat betere voorneten deze, zonder meer, machteloos zijn, beweegt u dan hulpe
de Bron van alle kracht te zoeken, en het van
bij
„Heere,
Een maar
maak iegelijk
van
af
Gij mij getrouw."
moet te zijn,
zijn
Goddelijk beroep niet schoorvoetend, en
uitvoeren,
lijksche taak én gewillig én er
u aan in
ziel
uw
Maar
bevonden
geeft, dat ge,
verkeert,
zinnen
riep.
bij
uw God af te bidden:
iets
niet
omdat God u
anders,
in het
in ons beroep
getrouw volbracht.
met een
maar
ook, en dit heeft
worden
maar ook
die taak oplegde, er
er gelukkig in
zijt,
dat
er
moet de dage-
„Gewilliglijk" d.
half afgewend gelaat en
om
i.
dat ge
met hart en
met uw hart en
God u
tot die taak
nog ernstiger beteekenis, ge moet ook getrouw
u aanbevolen werk.
Bij werk, dat scherp en in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's