E voto Dordraceno - pagina 446
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
448
XLVII.
ZOND.
gebed
een
is
zelfonderzoek,
God
daar binnen voor onzen
nu uw
Is
vuld
innerlijke gesteldheid
van
zijt
en drang,
ijver
hoogen, dan komt deze
niet in
deze
bede
u
of althans
is,
met name
God opkomt,
om uw
uw
hoe we
ik,
ook die eerste bede, is
het een en
al.
van dien aard, dat ge metterdaad
Naam
u aanstonds in het
te
ver-
helpen ver-
gevlei,
want dan
daarentegen dat die drang
hart. Is het
u niet sterk genoeg
dan
prikkelt,
Dan
voor u oorzaak van zelfbeschaming.
bede dat het in
is
de eere van Gods
eerste bede
past ze op den toestand van
nog
een raad houden met ons eigen staan, en
die uit de liefde voor
die mystiek,
II.
voorgrond treedt. De indenking en bespreking van het
op den
hier
die
HOOFDSTUK
ligt
er in
erkent ge aan deze
hart niet staat, zooals het in het hart van een kind
Dan ontdekt ge dat zelfs het allereerste begin van van Gods Naam, waardoor de lust er toe in u opkomt, nog
van God staan moet. deze heiliging
uw
in
om
zijt,
en dat ge nog zoo weinig er aan toe
innerlijk zielsleven ontbreekt,
Naam
dien
in
meer
bede
ste
niet
bidden,
te
aangezichts, en allereerst
lauwheid
deze ziel
een einde
maar wel om
uw Vader
dan wel geen reden,
is
ze te bidden in
beschaamdheid des
hemelen aan
in de
er
uit,
en onaandoenlijkheid en doodschheid voor
maar toch waarschuwt het
werkzaamheden
het
één
en
ons,
om
Een dochter
al zijn.
aan het hart van haar moeder
voor die moeder noch kent noch uit,
blijft,
is
Martha
niet straks evenals
zoekt,
uw God
uw
in
heeft
is,
maar
liefde
Gods
voorts vreem-
en de teederheid der liefde
En
stillen
niet in onze
ziel.
als
omgang met haar Hei-
zoo ook zijn
,
Christelijke werk-
zaamheden" uitnemend, maar zonder meer veruitwendigen ven en geurt de
het druk
in huis, die
Martha moet gedaan, maar
Maria ook den
ze haar loon weg.
veeleer volgen
uit,
reeds onder menschen een terug
stuitende figuur. Zeker, ook het werk van
land
dat aan
nooit te wanen, dat die
heeft in het huishouden, en aldoor bedrijvig bezig
dehng
te roepen,
moge komen.
Dit sluit nu wel geen „Christelijke werkzaamheden" die
Naam u om de eer-
eigenlijken zin te heiligen, dat die
nog nauwelijks op het hart weegt. Dit
ze ons zielele-
En daarom moet
er op
den
achtergrond altoos die verborgen mystiek des harten liggen, die ook weet te zijn
en zich zaUglijk in aanbidding weet
God.
En
nu
digt
niet,
stille
dit
is
in ons
omgaat, en
stelt
richt die gedachten op
een iegelijk onzer voor de vraag,
of dat teeder zoeken van het aangezicht des Heeren, dat
gaan
als
onzen
het waarbij deze eerste bede ons bepaalt. Ze veruitwen-
maar verinwendigt onze gedachten. Ze
wat van binnen
te verliezen voor
een kind met
zijn
met
Hem om-
vader, dat indringen in zijn verborgen
schap, wel waarlijk in ons gevonden wordt.
gemeen-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's