E voto Dordraceno - pagina 62
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
56
ZOND.
maar
bedenken of
te
HOOFDSTUK
IIT.
III.
en duidelijk uit te drukken,
willen, recht sterk
te
zegt de Catechismus, dat het eenige, waardoor een zondaar uit deze ver-
dorvenheid weer kan worden opgericht, bestaat in de wedergeboorte. Zoolang die er niet
kan
is,
God
het Koninkrijk van
hrj
zelfs
niet zien, laat
staan er naar grijpen. „Zonder mij," sprak de Heere Jezus tot een gevallen zondaar, „kunt
En aan
niets doen!"
gij
overmits
nu een kind volstrekt
kan toebrengen
niets toebrengt of
geboorte; en dus ook een zondaar in de wedergeboorte (niet in
zijn
de bekeering) volstrekt lijdelijk
zoo drukt juist dit zeggen:
is,
„tenzij
we
door den Geest Gods wedergeboren worden," zoo scherp en beslist en volstrekt mogelijk uit, dat er in een gevallen
beroering ten leven mogelijk
maar
is.
Wie dood
mensch
na het geboren of wedergeboren
eerst
geen ritseling of
zelfs
roert zich niet.
is,
komt de
zijn
En
niet voor,
eerste kreet van
het leven.
Hiermee liggen de dusgenaamd drie staten dus onherroepelijk omver. Er zijn
niet doode en levende zondaars en
maar
Staten zijn er
óf
tiree:
/ia^/'-levende bovendien.
het ook dat dit nieuwe leven nog slechts de bekommering in de
al is
Als een waarachtig bekommerde morgen den dag
gaande
maakt.
gaat
regelrecht ten hemel in
hij
droefheid naar gruis
kriezel zijn
dan nog
nog geheel en volstrekt dood, óf reeds levend,
God aan
in
hem
Sion
en omgekeerd als het geen waarachtige
;
was, zal al zijn bekommering
geven,
ziel
sterft,
al
kommert
hem
geen
zelfs
ook kommerlijk tot aan
hij
dood.
Voorbereidende
werkingen
voor
het
geloof
Wel
allerlei
voorbereidingen
om hem
gemest, besproeid, uitgesteend kan
met het
ja,
in
hem
vooraf. Zelfs
den persoon van
een zondaar niet
zijn.
en buiten hem, maar
geen
vezeltje.
Geploegd,
de akker vooraf worden, maar eerst
invallen van den zaadkorrel in de open voren
gelijkheid
Men
en over
hem. Aan het zaad gaat niets
niet in
in
zijn
den zondaar dan ook ondenkbaar. Die kunnen er
komt de
eerste
mo-
van leven.
misleide dus noch zich zelven noch anderen. Alzoo, in die mate,
is
onze menschelijke natuur verdorven geworden, dat er wel nog eenige geschikte werking van verstand en wil voor dit zichtbare in haar niet voor het onzichtbare
hoedt
God
;
ja,
dat de werking van verstand en
is,
maar
wil, al ver-
veel door tegenhoudende genade, altoos neigt en helt naar het
kwaad. Ja, zóó bedorven,
dat, zal er iets voor
den Heere
uit
worden, des
zondaars bedorven geest juist geheel moet gebonden, opdat niet zijn geest,
maar de Geest van God volbrenge.
dit heerlijk
werk
in
hem
aanvange, doorzette en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's