Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 200

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 200

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XLII. HOOFDSTUK

202

God

sef dat

te loer

is,

alleen Eigenaar van alle creatuur, en dus ook van den

;

ik

het ook

is

;

bij

ook

en

verkrijg,

principieel onderscheid.

ging

en dat

een slaaf meestal veel gemakkelijker te

is

God

Eerst als de overtui-

Eigenaar ook over den mensch heeft

als

geen absolute beschikking aan den eenen mensch

hij

met

over den anderen zou kunnen geven, zonder daarbij pingsordinantie

den wortel

af,

in

ook

niet

dan noode aan

nog zekeren

gelijk in Israël,

zijn,

wilde,

God

God de

zelven staat,

en

dus

van God

tenzij

creatuur

zelf niet als

hij

mensch ook

zien.

Maar even

dat de leer

duidelijk is het,

getrouwen Zaligmakers

eigen te zijn",

(lijf)

den mensch zich weer

eigendom van God

als

hoe kon het dan anders,

hij

ten slotte ditzelfde ook van zijn slaaf inzien

van

het

der

slavernij

gekomen. Toen niet

wel

Evangelie

meer

leiden. wij

als

hij

;

doen gevoelen.

en alzoo moest de leer

slavernij

is

in vollen

stelsel

een vloek die over ons geslacht

geen slaven van God meer wilden

creaturen

te

lei-

zichzelven alzoo gevoelde, moest

langzame ondermijning van heel het

tot

De

waar

maar mijns

er noodwendig toe moest

En

of,

eigendom

van het Evangelie,

in leven en sterven, niet mijns

is

om

kan erkennen,

tevens inzie en belijde

hij

in zijn slaaf geen stuk

„dat het mijn eenige troost

den,

niet

nu

hier

maar ook van hemongebroken en trotsch tegenover God in de hand van God als zijn Eigenaar

hart

zijn

staan, kan de zondige

wil

bij

absolute Eigenaar niet alleen van zijn slaaf,

Zoolang

is.

is,

Dat men

tijd nabloeit.

omdat de slavenhouder

is,

dat zijn slaaf een eigendom van dat

schep-

dat deze idee, na van haar wortel afgesne-

al is het,

te

zijn eigen

geraken, snijdt ge de idee der slavernij

te

strijd

den

over-

dat ik op de steppen opvang, geen

paard

Alleen

weerkeert, dat alleen

te beschikken,

hem met

ik

en bestaat er tusschen een slaaf dien ik door

;

een

eens gevangen veel profijtelijker bezit.

en

vangen,

den mensch niet naar Gods ordinantie te

bij

den mensch alleen de vraag of

macht meester kan worden slavenjacht

mensch

en verdwijnt het uit de menschelijke voorstelling

dit uit,

slijt

dan natuurlijk heb vragen

III.

zijn,

d.

w.

z.

is

Hem

eigendom wilden toebehooren, zoodat

Hij geheel vrijmachtig over ons beschikken kon, toen

is,

als straf hiervoor,

de eene mensch slaaf van den anderen geworden, en het was slechts een

nog dieper zinken, toen het kanibalisme den mensch lijn

dat

naar

stelde

men zijn

met een opgevangen

opving,

om

maar ook met een stuk

het te slachten en te verslinden.

wild,

God had den mensch

beeld geschapen, maar de mensch had goedgevonden, die hooge

eere prijs te geven, en zoo die voor

lastdier,

niet slechts op één

is

hij

toen het beeld gaan dragen van een os

den ploeg trekt of van een hert dat

In de tweede plaats komt

dit recht

men

van God

als

opvangt en

eet.

den eenigen Eigenaar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 200

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's