Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 387

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 387

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XIV. HOOFDSTUK IV.

Maar nu

hebben.

maar

„ware

dit niet zoo

was

;

nu de Middelaar

natuur"

menschelijlce

381 niet een

„mensch"

aangenomen, en van niemand

heeft

onzer een menschelijk ik heeft geleend, maar zelf als Zone Gods in deze

natuur

menschelijke zijn,

omdat het

opgetreden, nu kon er geen overgang van zonde

is

maar

ik niet overging,

alleen overging onze menschelijke

natuur.

waarmee

Dit nu, dat het ik van Jezus,

hij

zei

:

,,Ik,

een mensch die u

de waarheid gezegd heb", het ik zelf van den Zone Gods was, dit maakte allen overgang en ontstaan

En daarom moet

van zonde onmogelijk.

tevens als diep onwaardig alle meening en voorstelling

verworpen, als had Jezus wel kunnen zondigen, en als zou zonder dat zijn verzoeking niet werkelijk geweest zijn!

Tot het uiterste toe moeten

weerstaan de dwalenden en de dwazen, die

zij

aan het bloote denkbeeld, dat de Zone Gods

in

zonde kon vallen, ook maar een

plaats geven.

Wie

dat zeggen, ze hebben metterdaad den Zone Gods in den Middelaar,

die voor ons verzocht wierd, geloochend.

VIEEDE HOOFDSTUK. Want heilig,

zoodanig een Hoogepriester betaamde ons, onnoozel, onbesmet, afgescheiden van de zon-

daren, en hooger dan de hemelen geworden.

Hebr. 7

Over

hierom,

en

zonde

en

toch

deze

veertiende Zondagsafdeeling wordt

ze

van zoo uitnemend gewicht. Eeeds

is

verhouding waarin de Middelaar

de

wijl

van

vraag

heengeloopen,

veelal

der

tweede

de

tot

onze

26.

:

schuld

stond,

tot

het onheilig wezen

alleen hier in verband

met

zijn

vleeschwording ter sprake komt.

we

Beginnen

ter toelichting er van,

met

te

onderzoeken, wanneer de

Middelaar onze schuld heeft aangenomen. Pas in Gethsémané? Eerst

bij

den doop? Of wel reeds vroeger?

Nu

zegt de Heidelbergsche Catechismus, dat „de Middelaar

onschuld

en

volkomene

met

zijne

heiligheid mijne zonde, waarin ik ontvangen en

geboren ben, voor Gods aangezicht bedekt." Er wordt dus niet eerst het

kruis,

maar reeds

bij

de

vleeschwording

aan

bij

den Middelaar een

verzoenende macht toegekend.

Gekant tegen

alle

oppervlakkigheid neemt de opsteller er geen vrede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 387

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's