E voto Dordraceno - pagina 47
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. zelfs
bij
„en
:
naar
III.
HOOFDSTUK
Een
gelijkenis."
zijn
41
I.
punt, dat
met het oog op de
Vleeschwording des Woords en op de Wederopstanding des vleesches, niet
mag worden
losgelaten.
Practisch als onze Catechismus
bepaalt
is,
hij
zich echter tot de bespre-
king van wat in dit beeld zedelijke klem op onze conscientie bezit, en zegt ons dan aan dat het niets beduidt dan
scheppingsverhaal
het
„Hij
:
goed. Dit woord
:
en
schiep,
zijn
ontleend aan
is
schepsel aanziende zag Hij
dat het goed was." „Goed" beduidt hier dus, dat de mensch gaaf beant-
woordde aan wat God niet
eenig gebrek
bepaling van wat goed
hem hebben wilde. Er ontbrak niets aan. Er was in hem niets gebrokens. Want er is geen
Er was
in.
is
ergens buiten God, zoodat
God
er zich
bij zijn
schep-
pen naar zou gericht hebben. Het denkbeeld van de bepaling, hoe de mensch
was door God
zijn moest,
zelf
in zijn Besluit
mensch
niet
aan
iets
anders ontleend, maar door
gevormd en vrijmachtig gemaakt. En
Hem
omdat de
niet
aan eenig afgetrokken begrip van ons menschelijk wezen beant-
maar omdat
woordde,
mensch
dat de
hij
God
was, zooals
in zijn besluit bepaald had,
moest, daarom en daarom alleen was
zijn
drukt dus niet den inhoud van het beeld Gods
uit,
hij //oerf. „
maar zegt
Goed"
alleen dat
het Beeld gaaf was.
we nu
Dringen
dieper in den kostelijken inhoud van het beeld door,
dan zegt de Catechismus dat in
dit beeld
tigheid en heiligheid wierd toegedeeld.
aan
Ook
Adam
oorspronkelijke gerech-
hierbij echter dient
misverstand
tegengegaan, opdat de zin en beteekenis van deze woorden niet verzwakt worde. Dit nu geschiedt het best, zoo dat
men
duidelijk op den voorgrond stelt,
hetgeen in het Paradijs te loor ging, nooit terugkeert. Nooit erlangt
het kind van
God weer oorspronkelijke
gerechtigheid ep heiligheid,
maar beide van een andere natuur.
oorspronkelijk bezat, was een eigen schat, iets eigens en de, terwijl
al
en
Christus
en
wat een kind van God erlangt, mystieke
de
in
Wel weer Wat Adam
gerechtigheid en heiligheid.
gemeenschap
hem toebehooren-
in Christus
is,
en slechts uit
met den Middelaar
onderwerpelijke (subjectieve) ervaring steeds meer wordt.
bij
zijns
is,
Ge kunt
dus nooit een besluit uit den toestand van een kind van God tot den toestand van
Adam
Want
trekken.
wel
is
de gerechtigheid en heiligheid van
een kind van God even waarachtige gerechtigheid en heiligheid
Adam
bestond,
maar
ander verband. En aan bij
te
den
ze is
juist
duiden, spreekt
als die in
anders ontstaan, ze werkt anders en staat in
om dit anders-ziya. van het Beeld Gods in Adam men niet bij een verlosten zondaar, maar alleen
nog onzondigen Adam, van een gerechtigheid en heiligheid
oorspronkelijk was.
Wat
een kind van God
bezit, is
die
verworvene, toegere-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's