E voto Dordraceno - pagina 50
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;:
ZOND. XIX. HOOFDSTUK IV.
50
Leest ge in Col. 1:18, dat Christus gemeente,
der
lijk
opdat
in
hij
alles
die het hegin
hij
„het Hoofd des lichaams, name-
is
de eerstgehorene uit de dooden,
is,
de eerste zou zijn," dan^is
dit in eigenlijken zin bedoeld,
hem
overmits er op gewezen wordt, hoe het lichaam der gemeente uit
die
het begin en de eerstgeborene uit den dooden was, opwies.
Lezen we daarentegen
1:20 — 22
in Ef.
dat „Christus gezeten
de rechterhand Gods in den hemel, verre boven
alle
dat alle dingen aan zijn voeten onderworpen zijn
;
gemeente gegeven
is
twijfel
hier
of
rijzen,
overheid en macht
en dat
een Hoofd boven alle dingen,"
tot
zoo ook der
hij
— dan kan er geen
„hoofd" overdrachtelijk genomen
is
aan
is
;
want hier
is
sprake van macht, van gezag, van mogendheid, en niet van organischen
wasdom. gegeven
U
In
kan aan een lichaam dan ook geen „hoofd"
eigenlijken zin
omdat het lichaam
worden,
gevormd
veeleer door het hoofd
apart eerst een lichaam te denken
;
waar dan
een beeld, maar niet in de werkelijkheid. Zoo dikwijls
gezet, gaat wel bij
van een hoofd dat „gezet", „gesteld," „gemaakt"
er dus gelijk hier sprake is
of „gegeven" wordt, weet ge altoos zeker, dat „hoofd" bedoeld zin
is.
wordt
later het hoofd op
inden
is
van machthebber of regeerder.
Ook
in
de Heilige Schrift gaat dit door. Zoo lezen we in Ex.
„En Mozes verkoos waarmee
volk,"
kloeke
mannen en maakte hen
natuurlijk
anders
niet
bedoeld
is,
tot
naar
keeren
Egypte."
In Deut.
1:13
/ioo/c?
:
25:
hoofden over het
dan dat
machthebbers of bestierders over het volk aanstelde. In Num. het morrend volk in de woestijn: „Laat ons een
XVni
hen
hij
XIV
tot
4 roept
:
opwerpen en weder-
zegt Mozes van de magistraten
AmAmmons
„dat ik hen ten hoofd over u stelde." In den strijd van Gilead tegen
mon
heet
Richt.
het
X
:
18
verband waarmee
:
„de
man
hoofd over
strijden zal, die zal tot een
in hoofdstuk
die tegen de kinderen
alle
inwoners van Gilead zijn;" in
XI: 11 gezegd wordt, dat „het
hoofd stelde." Zoo jubelt David in Ps.
tot een
XVin:44:
volk Jeftha
„Gij hebt mij
gesteld tot een hoofd der heidenen, en een volk dat ik niet kende, heeft
mij
gediend."
„Dan
zullen
éénig
Hoofd
En van den Juda
en
stellen
;
Messias zelf wordt in Hozea
Israël
want
die
dag van Jeruzalem
Al gingen we dus niet verder en lijker uit,
dan zou
uit het
al
liet
niet op
zal groot zijn
!"
de Schrift zich niet nóg duide-
gezegde reeds zonneklaar blijken, dat de
„Hoofd der kerk" of „Hoofd der gemeente,"
macht
1:11 beleden:
saamvergaderd worden en zullen zich een
die
naam
aan Christus gegeven wordt,
den wasdom van het lichaam, maar op de majesteit der regeerziet,
zoo
dikwijls er in
den samenhang van macht sprake
is,
en
zoo dikwijls het heet, dat hij tot een „Hoofd" gezet, gemaakt, gesteld of
gegeven
is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's