E voto Dordraceno - pagina 261
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XI. HOOFDSTUK
Had
de Heilige Geest zich over den Christus en had de Christus zich over zich
zelven
en „dit
wen en
om
weg den Christus
langs dezen
JA;",
leeren kennen, wantrou-
te
ongeloof, ja, eigenlijk een zeggen tot den Heiland
wel. dat gij die
ongeloof
Twijfel,
maar op uw woord kan
zijt,
men
het dus, als
is
Christus na gaat speuren. aldus
zoo stellig mogelijk gezegd heeft :„ Z)ie èew
het eeuwige leven, dat gij gelooft, dat ik Die ben" nu ligt in
is
elk pogen,
nu
uitgesproken, zulk zondig onderzoek zou te verontschuldigen
niet
Maar nu de Christus
zijn.
255
I.
Men
ik
verklaart
Gij
:
dat niet gelooven.
weg den
langs dien empirischen
woord
gelooft Jezus op zijn
En nu
over zich zelven spreekt, is niet afdoende.
niet.
zal de
studie, de opgeblazene geleerde, de verwatene wetenschappelijke
Dat
hij
man van man Jezus
eens na gaan rekenen, of zijn verklaring aangaande zich zelven wel strookt
met de
overige gegevens.
En
Maar
oordeelde.
juist
aangaande
weten dan
zal het beter
En
met
met zonde en schuld
hem
dat Renan hem
als
zal zijn verklaring
mag Heeren omverwerpen. En Dit
is.
niet geduld. Dit of
nu
al
is
de apologeet
formeel volkomen
in
den Christus
is
het even krenkend en beleedigend,
Voor Jezus
van wetenschap
dan
bevredigende uitkomst geraakt en Renan eindigt
een
tot
uit,
en de ingebeelde godgeleerde
Heere.
zijn
principieel de autoriteit des
hetzelfde.
niet
de kracht die in haar
al
toevalligerwijs
komt het
moet de gemeente des levenden Gods opkomen en
nu
hiertegen
getuigen
ook,
Heere
zal de
waarheid sprak en over zichzelven
hij
zelf gerectificeerd worden,
zich
dan
als dit txu uitkomt,
ja,
Jezus een legalisatie ontvangen, dat
verklaren
te
vinden, dat
is
als gij, als
man
komt Gij hadt juist van uzelven geoordeeld, :
lasteren durft:
„Gij waart een vriendelijk dweper
!"
Vast sta daarom onder de gekochten des Heeren, dat ze zich noch in het
bidvertrek,
noch op den kansel, noch in de studeerkamer
laten verleiden tot de zondige zucht,
Heere zelven in Persoon Alle
zijn
om
die
hier
die dit
hand naar
de
moge
buiten de verklaringen van den
Woord, zich een oordeel
Wezen. Alle Christologie
en
geleerdheid
ooit
te
willen
vormen over
zijn
onderneemt, moet verfoeid.
uitstrekt,
moet onverbiddelijk
buiten het heilig erf gebannen. Leerjongens Christi hebben we te wezen, allereerst en allermeest als het op het
wie de Middelaar
Wie
te
wat hem op de lippen
getuigen van wat is
In dat getuigenis, in die belijdenis
om
zaligheid
het
te
te
weten
is.
daarna niet anders te doen dan
tot
om
leerjongen Christi van zijn lippen de waarheid opving, heeft
als
te belijden
hoofdpunt aankomt,
om
te gelooven,
verstaan;
en met
maar dan
hij
gehoord heeft en
gelegd.
moge zijn
blijft
hij
dan met de
denken indringen én
bij
ziel
indringen
tot keunisse
dat gelooven én
bij
dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's