E voto Dordraceno - pagina 78
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XXXIX. HOOFDSTUK
ZOND.
80
Om
ZOU missen.
moet
mensch over menschen een wet
als
toestemming
u
hun toestemming
uw
gezag, juist omgekeerd onderwerping van het gezag aan
om
is
aan menschen de wet
dus niets anders mogelijk, dan dat ge te stellen,
eigen hoofde over hen te zeggen heeft
is,
vanzelf
anders dan hun
dit
is
met hen doen
met het leem. Beseft en erkent dus een
God hem de wet kan
stellen en vrijelijk over
en treden nu de ouders en de overheden op,
om
ontvangt van een, die uit
en wie nu
;
hun Schepper
wijl Hij
die,
de pottenbakker
bekleed,
gebieden heeft. Recht door
echter nooit verder dan tot een particuliere ver-
den vrijen wil der menschen. Er
Schepper,
te
als
hem
kan, gelijk
iegelijk
mensch,
beschikken kan;
door dien
God met macht
het recht over hen te bestellen en onder hen te handhaven
dan natuurlijk
ligt
de rechtsordening onder menschen vast in de consciën-
en handelt de drager van het gezag in het besef van
tie
instellen,
steunt dan op den vrijen wil, en krijgt in plaats van onder-
werping aan
het recht
hen
uit eigen hoofde over
brengt
Ge
eeniging.
dat
kunnen
te
het recht daartoe ontvangen hebben, óf door
ge
vau een die
óf
VI.
zijn
ontvangen
last.
Daaruit
dan tevens, dat de menschelijke rechtsordening
volgt
echter
nooit anders dan een surrogaat
om
der zonde wil
dat zulk een men-
;
rechtsordening steeds in organisch verband moet staan met de
schelijke
rechtsordening die beide
is
God
ontstaat,
strijd
zelf bestelt ^nhaxiAhSudii;
en ook dat, waar tusschen
de laatste in ons besef altoos voor de eerste moet
wijken.
De
rechtsordening onder menschen
is
om
een surrogaat
der zonde wil.
Dit gevoelt ge het best zoo ge denkt aan iemand, die eerst met twee geloopen kon, maar
beenen
zonde
nu één been
breekt, en deswege in een
verband, een beugel of op een kruk moet gaan. Vóór
droeg
in
hij
zijn
been
zelf de
hij
zijn
been brak,
ordening voor het gaan, die God zelf in
onze natuur besteld heeft. Die wet van het gaan was in hem, ook zonder dat viel
hij
het merkte, en stiptelijk naar die wet liep
hij,
brak
zijn been,
hij
vanzelf.
Nu
echter
en na dien val gaat het met die wet van het
loopen niet meer. Thans moet er een verband, een kruk of beugel komen,
en moet door een arts geleerd worden, wat de regel thans heeft te bewegen. die de arts
hem
Van
dat oogenblik af leeft
zegt, dat bij het gebruik
neest daarentegen zijn been, dan werpt
hij
En
zoo
nu ook
hier.
vanzelf leven naar de door
hij
waarnaar
hij
zich
dus onder een wet
van beugel of kruk
geldt.
Ge-
beugel en kruk weer weg, en
loopt weer vanzelf naar den levensregel, dien gaf.
is
God
voor het gezonde been
Een geslacht der menschen zonder zonde zou
God den mensch en
zijn
geslacht ingeschapen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's