E voto Dordraceno - pagina 577
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. Lil. HOOFDSTUK V. vaardigd worden, en al wie tegen zal
hief,
U
579
zich stelde of de
U
hand tegen
op-
wegzinken in schande en in smaad.
VIJFDE HOOFDSTUK.
in
"Want zoo vele beloften Gods als er zijn, die zyn hem Ja, en zijn in liem Amen, Gode tot heer-
Ivjkheid door ons.
2 Cor 1
Doxologie of Lofverheffing, die het Onze
De
Tot in der eeuwigheid,
de slotwoorden;
Deze bijvoeging: „Tot
in der
:
20.
Farfer besluit, vloeit uit in
Amen.
eeuwigheid"
is
in de Heilige Schrifteen
gewone, en pleegt ingelascht te worden zoo achter beloften en ver-
zeer
van Gods
klaringen
De
menschen.
des
zijde,
achter dank- en lofverheffing van de zijde
als
strekking van deze bijvoeging
kennelijke
om
is,
het
besef levendig te houden, dat wij menschen in den tijd leven, en het Hoogste
Wezen
Daar nu ook het gebed en de dank-
in de eeuwigheid woont.
zegging een poging
om
is,
de gemeenschap met het Hoogste Goed
te zoe-
ken, spreekt het vanzelf, dat in het gebed onze ziel zich uit den tijd
losmaken en min of meer moet inleven God. Die losmaking
den
in het
moet
eeuwige want in dat eeuwige ;
mag wel
geen volkomene
zijn, gelijk
alleen
is
dit bij
mystieke dweepzucht soms voorkomt; dan toch breekt het verband met
uit
tijd
ons tegenwoordig aanzijn, en heeft het gebed voor ons tegenwoordig leven
geen
beteekenis
meenlijk in de die
meer. Maar wel moet in het gebed onze geest, die ge-
dmgen
des aardschen levens bevangen en besloten
beklemming zoover losgemaakt, dat
Dit kost zeker inspanning, die ze roepen:
Ik hef mijn
o
ziel,
bidder er nu niet om, dat
hij
bij
hij
zich tot
God kunne
is,
uit
opheffen.
de psalmisten tot uitdrukking komt, als
God
der goden tot
U
op,
en
hiermee tevens, voor een deel,
al
denkt de
uit
den
/i/c?
in de eeuwigheid overgaat, overmits al zijn gedachten en de lust zijns har-
ten zich op zijn Vader in de hemelen saamtrekt, toch dus, dat wie
mag,
wel
is
het
warm, bezield en met waarachtige opheffing der
waarlijk,
zonder
het leven in den
deele in het eeuwige overglijdt.
en terugslaand gebed dan ook hebben, zonder dat ge des geestes in
uw
uw
ziel
Ge
tijd los
feitelijk al-
ziel
te laten,
gevoelt dit verschil tusschen een
zelf zeer wel.
opheft
;
De ééne maal
zult ge
bidden
toch ten
opgaand gebeden
dat ge zonder de minste spanning
aardschen kring bevangen en besloten
bleeft,
en daar-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's