Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 371

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 371

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND.

Immers

noodig.

en

alleen wie

armoede

schuldige

XLV. HOOFDSTUK

Godin

kent,

zijn

hiertoe ontsloten wordt.

derde

nu brengt ons

dit

nood en dood

diepen

zijn

tot de

nemen; althans indien hem de weg

der Christenen gebed

als eisch voor

zullen in Jezus^

En

rijkdom en zichzel ven in zijn schamele

uit

zal

Fontein van alle goed zijn toevlucht

373

VIII.

naam. In dien naam

wat de Catechismus ten

tot

weten dat ze bidden

te

stelt,

naam

toch, en in dien

alleen

moet

voor Gods kinderen „de vaste grond liggen, dat niettegenstaande wij zulks

onwaardig

God de Heere ons nochtans om

zijn,

Christus

wille ver-

hooren wil."

Ook

hierbij

echter sluipe geen misverstand

Er

in.

staat toch niet, dat

op zichzelf, buiten Christus, geen gebed bestaanbaar

er

dat

gebed

Christenen

der

aan

beding gebonden

dit

is.

Stelt ge

u dus

dan zou er zeer zeker óók

in stille, heilige ontwikkeling, rustig voortgezet,

gebed geweest

maar overmits

zijn,

geen sprake kunnen geweest

er ook

men

vergete

van een bidden

zijn

dat Jezus, nog eer

niet,

„om

XVI

voor hen bidden zou. Er staat toch in Joh.

mijnen

bidden zal

;

naam bidden

want de Vader

omstandigheid,

de

niet voorkomt,

Christus

dat

;

en

zeg u

ik

u

zelf heeft

bij

Dat

ons

gezicht te verschijnen

van

noode hebben,

God

als

van

gebed

het

Het gebed

warme moederborst zijn

beide

terug, en kan, in ver-

in

hart

worden gewezen.

dat we, eer we bidden

om

voor Gods aan-

onze natuurlijke verhouding tot

ligt volstrekt niet in

Op

veeleer

in

zichzelf ligt de plicht en het

onze schepping naar den heelde Gods

den mensch in het paradijs niet uitwendig geleerd,

is

maar was hem even van

;

naam van den

de

zelfs

en dat we deswege een Voorspraak en Hoogepriester

;

onzen Schepper en onzen Heere.

besloten.

inging, aan zijne

mij liefgehad hebt."

ter loops

toegang ontsloten moet worden

een

natuurlijk, als voor het jonge wicht het zoeken is.

naar

Ook

„In dien dag zult

:

gij

nog vooraf vrijmoedigheid moeten ontvangen

zullen,

recht

omdat

Vraag 119

band met ons onderwerp, thans dus slechts

26

:

Onze Vader

in het

komen we

den naam van

dat ik den Vader voor u

niet,

lief,

zou

Hoogepriester niet meer

als

hij

in

zijn,

Christus' wille."

Gethsemané

hij

jongeren den dag voorspeld heeft, waarop

in

gekomen

er geen Heiland zou

Jezus, of van een gehoord en verhoord worden

Op

alleen,

dat de zonde niet ware gekomen, en denkt ge u het paradijsleven

voor,

gij

maar

is;

Bidden was voor wie nog niet

viel,

den Oorsprong en het Einddoel

het Eeuwige Wezen vereenigd

zijn.

menschen

gebed,

ook

na

den

draagt

dan

ook

datzelfde karakter.

hoewel

zelf

schaduwbeeld van den Middelaar,

val,

nog

onder

Wat van

Een

en

van

de ademtocht

zijns levens, gelijk dit oorspronkelijk

volken

overbleef,

priesterkoning als Melchizedek, zal wel niet in

den naam

van Jezus hebben gebeden. In de godsdienstige overlevering der afgedoolde

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 371

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's