E voto Dordraceno - pagina 467
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXV. HOOFDSTUK
ZOND.
En
gens.
het kan nooit anders dan in overdrachtelijken
De genademiddelen
lijken zin geschieden.
gekomen
zou
Adam
zoo
zijn,
zin,
nimmer in
eigen-
voor den gevallen mensch,
zijn
Want evenmin
en dus ook het Sacrament. tuur
467
X.
er ooit een Heilige Schrif-
als
ware gevallen, evenmin zou er
niet
een Sacrament van Doop of Avondmaal zijn geweest. Reeds hieruit volgt
Sacrament van den Messias moet uitgaan,
dus, dat de werking van het
overmits
alle
Daarover
zij
Maar
genade
den zondaar door den Middelaar toekomt.
Gods
dus geen verschil. dat wij de vergeving onzer zonden door den Middelaar
al is het,
hebben, toch voegt en betaamt het ons, van den Middelaar altoos op te
God
zien tot
En
zoo
hem
Drieëenig, die
als
Middelaar voor ons bestelde en zond.
dan ook betamelijk, dat we
het
is
bij
God
het Sacrament tot
Drieëenig opzien, gelijk in ons Doopsformulier zoo schoon geschiedt. Van-
daar dat ook de Catechismus zegt, dat de Sacramenten „vaw zijn";
niet
van Christus.
Want
wel wist de Catechismus zeer goed, dat
maar
hij
Christus ze ingesteld had, slechts
Middelaar
als
hem Wenscht men
in en door
werkt
God
en
der
in
tot die
in
verband
algemeene aanduiding, die
van
het
dan
te zetten,
omdat geen onderwerp
Personen kan worden
is.
uit de
heiliger
Ook
wij
gemeene
En dan
is
het
bijzonderlijk wordt afgeleid:
ten
Sacrament
als
afgeleid.
schakel in den raad des
de schepping van de elementen van water, brood en wrjn,
de Sacramenten voorkomen
door
uit-
Middelaar; die
blijft
ons menschelijk oog meer omsluierd
Drie
ordinantie
Middelaar,
gaf. Hij
Eeuwige Wezen
God den Vader meer
dat van
de
heils; ten tweede, die
in het
voor
daarom
ons
onderscheiding
eerste,
hem
Al
als
Drieëenig.
tot de uiterste omzichtigheid,
teederder
duidelijk,
zelf
dus
en het Sacrament ook onderscheidenlijk met de werking
te gaan,
bepalen
God
hij
nu, gelijk ons Doopsformulier dat waagt, nog een schrede
van de Drie Personen
manen we
is
het Sacrament doet, doet
in
voerder van de opdracht die
en
wilde aanduiden, dat de Middelaar dit
deed krachtens den last en den wil van het eeuwige wezen.
wat Christus
verder
ingezet
6^0(/
wien
de
;
en ten derde, de bestelling van den
Sacramenten zouden worden aangericht.
Wat
aangaat den Tweeden Persoon in het Eeuwig Wezen, zoo leert de Heilige Schrift ons, dat alle dingen zijn uit den Vader,
maar door den Zoon,
Eeuwige Woord de gedachte
draagt.
als
ook,
het
in alle schepsel
de
reiniging,
Draagt nu geestelijk
is
die er
een vorig hoofdstuk aantoonde, in water, brood en wyn, van
gelijk
de grondlegging der wereld af een gedachte, een woord,
van
Nu
de
t.
w. de gedachte
voeding en de verhooging van onze levenskracht.
de Zoon ook ons geestelijk leven in de gedachte, die in dit
leven
schuilt,
dan
begrijpt
men waarom
bij
het Sacrament
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's