E voto Dordraceno - pagina 315
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXIII. HOOFDSTUK IV.
waarvoor het geloofsoog zich ontsloot, voor
als
een kind van God, dan, het spreekt vanzelf kan
315
een rechtvaardige en als hij in dit
ook nooit zich zelven insluiten en zich zelven zien, of
een rechtvaardige. Zoo dikwijls toch
als
mag
in die wezenlijke wereld in
God
voor
Op
geloofsbewustzijn
ontdekt zich zei ven
dan door het geloofsoog
zien, ziet hij zichzelf als
een rechtvaardige
staan.
„Wat baat
de vraag:
uw
door
ge
als hij
hij
het u nu, dat ge dit
met uw
geloof
al
gelooft"?
w.
d.
z.
dat
zielsbesef in de wezenlijke wereld inziet en
inleeft?" kan dus niet anders geantwoord dan: „Dat ik mij zelven in die
wereld ontdek als in Christus rechtvaardig en een erfgenaam des eeuwigen levens." Zoo toch en niet anders ziet
mits zijn zien in die wereld niet
omdat
is
antwoordt
er zelf in leeft,
hij
hij
zich zelven in die wereld, en over-
een van buiten inzien, maar een zien hij
niet alleen
:
Dat
ik mij zelven als
een rechtvaardige in Christus ontdek, maar dat ik het hen. Immers het
kenmerkende
zijn
niet,
gelijk
van
gelijk ik ze
God
dit geloofsbewustzijn,
dat
belijdt: Alle
hij
dit is
dingen
zag in mijn zondige gedachtenwereld, maar ze zijn,
mij toont in die nieuwe wereld van feiten, gedachten en
ze
voorstellingen, waarvoor Hij door genade mijn zielsoog ontsloot.
Zoo
men dan
voelt
reeds, hoe het volstrekt onmogelijk
zin te gelooven, en niet tevens te belijden, dat
Christus en een erfgenaam des eeuwigen levens
Toch en
is
is,
in echten
een rechtvaardige in
is.
hiermee de draad tusschen de bewustheid van zonde en schuld
van
ontdekking
de
men
zich
zelven
een rechtvaardige niet doorge-
als
sneden.
Dit toch dat
hij
is
het eigenaardige van deze nieuwe wereld zijns bewustzijns,
zich
er
gerechtvaardigde; reden waarom er bijstaat ben."
En evenzoo
dat
des eeuwigen levens, te
erlangen.
maar
zelven inziet, niet als een rechtvaardige,
:
„Dat ik
een
m C7«ns<Ms rechtvaardig
zich zelven ontdekt, nog niet als in het bezit
hij
maar nog
En daarom
:
als
in
slechts als
bestemd
om
eeuwige leven
dit
Christus rechtvaardig en van het eeuwige leven
een erfgenaam.
Maar hiermee
is
dan ook de toelichting der 59^ Vraag uitgeput, en moet
nu de zaak van de andere gen
tot de
zijde
rechtvaardigmaking
aangevat, door met Vraag 60 door te drinzelve.
Schoener antwoord dan op deze Vraag door den Catechismus gegeven wordt,
is
niet
denkbaar
dom geroemd van
;
en heeft
men vaak den
onvergelijkelijken rijk-
het antwoord over den Troost in leven en sterven in
de eerste Zondagsafdeeling, voor een ingeleid kind van God op
is
dit
Vraag 60 nog zieldoordringender, omdat het hem dien
antwoord
troost niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's