E voto Dordraceno - pagina 73
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. IV. HOOFDSTUK stond
Dit
voor
niet
Men mag
komen
God hem
;
schiep
hebben
dienst te
mensch
zoo de
is,
er allengs
maar streven en pogen moet om verder
polsslag
nu zichzelven aan God
om
dit
zijn eersten
ademtocht en
eeuwigheid, in elke
alle
woorden of werken,
hoogste zedelijk ideaal, dat Hij, de Heere als Souverein wereldorde,
zedelijke
zijn
dit kon.
van
in gedachten,
't zij
dit is zoo
eenig verzuim of gebrek of tekortkomen, te be-
zonder
antwoorden aan
om
de mensch dus,
Maar
gaf.
in alles en eeniglijk tot
en voorts aldoor, en tot in
af,
en
volkomenlijk
u geheel,
en Hij schiep u zóó dat
;
is
levensritseling en elke levensuiting,
van
wel
al
zou wel doorgaan, zoo de mensch door
dit alles
en schiep u
u,
Schuldig aan God
ook
alles
volbrengen; dat de Heere den wil voor de
te
dat een mensch
Want
zijn.
God
eersten
en in dat scheppen had God
;
ontstondt naar en door zijn wil.
zich zelf geschapen ware en
zijn
want daar schiep God hem
en dat reeds een aanvankelijk begin van Wetsvolbrenging Gode
;
moest
niet.
believen,
dus nooit zeggen, dat het
daad kan nemen
lief
Ge
om Gods Wet
komt,
te
menschen
's
op dat beding schiep
;
over u te zeggen.
toe
aan
67
II.
voor
zoo
u
als
voor
alle redelijk
schepsel gesteld heeft.
En nu wordt alzoo
er
en
aan u overgelaten, maar God neemt waar, of
dit niet
En
u toe komt.
altoos bij
zoo er dit
bij
u
niet in alles en in elk opzicht er volkomenlijk toe komt,
Wezen met
diep en tot in den wortel van zijn fijne
uw
volkomen stoffelijk,
juist,
om
een
waardemeter
toe, is
onder
afgeschaft.
als
ze
dat onze schuld voor
uit te drukken,
is
niets anders,
God
Eu nu
zelfs in
geen
maar dat bedoelden onze
van „betalen" spraken. Ze bezigden dan een-
dat
in geld
zoo
omzetbaar
is
de mensch op geen manier aan
der
en in den eisch tot betaling haar
ook tusschen God en den mensch een verhouding
van noodzaak bestaat, waarin aan God
„Gevolgen
dan ook
derde van vergelping, en bedoelden, dat, gelijk alle schuld
menschen heeft,
zijn,
van een zedelijk vergrijp in geldswaarde.
oneindig groot van millioenen
ouden dan ook niet
te
rechter kent de boete, en de boete
waardemeter
een
hierbij veel bezigden, is
voor ieder verstaanbaar, en behoeft volstrekt niet, als te
zedelijke
stemmen we wel volkomenlijk
voudig
ouden
betalen, dat onze
Ook de aardsche
klem
dit
schuld.
Het beeld van
dan
dan voelt Hij
de heilige en oneindige
aandoenlijkheid van zijn goddelijke Natuur, en alzoo constateert Hij
Rechter
als
al
dit
niet toe komt,
zonde"
is
zijn
iets
van den mensch toekomt, wat
God mag onthouden.
de meest algemeene naam, waarin
werkingen van den goddelijken toorn pleegt saam
men de
te vatten, en de eerste
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's