Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 578

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 578

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

men

om

naar boven,

uit riept

heeft

LIL HOOFDSTUK V.

ZOND.

580

van

zal zelfs in

spijs,

gen, en het gebed waarmee

hulp,

om

heil

en ook zulk een gebed

;

kennen,

den regel geen hooger karakter kunnen dra-

men

Maar ge

dienzelfden trap staan.

varingen

om

zegen,

zeker waardij en beteekenis, Het gewone gebed vóór het ne-

zeer

vergaderingen opent,

Dan

laagt.

toch

het ook u wel

is

na de oogen voor deze wereld gesloten

ge,

gemeenlijk op

rijkere gebedser-

de herinnering aan intiemer, heiliger gebeden, toen

in

ge eenzaam voor uw God op de knieën

overkomen, dat

blijft

maal

zult ook een ander

te

hebben, die

wereld schier vergeten hadt, geheel in de bewondering en aanbidding voor

uw God

waart opgenomen,

geweest, en dat ge,

om

van u zelven

als

los

uw God

en nabij

gebed weer in het leven terug

uit het

waart

te keeren,

zekeren stillen overgang noodig hadt, uit de eeuwigheid weer in den

Gebeden nu,

waarbij

de

vruchtbaarste,

Ook

dragen.

inwacht,

is

uw

dit laatste

rijkste

gebeden,

mocht wezen,

zielservaring

die

tijd.

zijn de

u den mildsten zegen doen weg-

afgezien toch van de verhooring uwer gebeden, die ge daarna

we ons zoo mogen

zulk een gebed op zich zelf reeds, als

drukken, een bad in den oceaan van het eeuwige en oneindige troon. Zulk een

en doet onze

uit-

om Gods

gebed voert ons op naar de bergen van Gods heiligheid, op den top dier bergen heiliger, frisscher, hooger hemel-

ziel

lucht inademen. Het

is

onder zulke gebeden, dat de

ziel

met versche

olie

pleegt overgoten te worden, en dat de krachten des koninkrijks, verkwik-

kend,

in

de

worden

ziel

en

onnaspeurbare

uitgestort. Dit is de

mystiek der gebeden. Het

maar dat

ondoorgrondelijke,

geestelijk niettemin door

Gods kind wordt genoten en gekend. In verband hiermede nu moet die uitroep: „In der eeuwigheid" svoiAen verstaan, die

we achter het

Ome

Vader" en vóór het Amen

alsof dit

Dan

zou het aan het begin, en niet aan het

moeten

voorkomen,

en

plaats grijpen bij het nitroep:

de

van het Onze Vader

slot,

opheffing

eigenlijke

der

„Onze Vader die in de hemelen

„in der eeuwigheid",

dat ze thans

uitspreken.

„in der eeuwigheid" ons de verhefiTmg onzer ziele bracht.

Niet

is

moet dan ook

ziel

Neen, deze

slot-

veeleer de bewuste erkentenis der

ziel,

met haar Amen weer

uit

zijf".

de eeuwigheid in het

tijdelijke te-

rugzinkt en in dat tijdelijke leven de afgebedene hulpe Gods inwacht. Bij

het slot van het gebed trekt de

eeuwige die

bij

God

is,

biddende

terug, en spreekt het uit, dat bij haar in der

eeuwen eeuwigheid

zeggend, uitroept

:

lijkheid tot in der

ziel zich

uit

den kring van het

weer in den kring van haar eigen

ligt

verborgen.

„Want uw

is

eemvigheid"

.

tijdelijk

leven

God alles in het eeuwige leven en En het is in dien zin, dat ze, dan lof-

het koninkrijk, en de kracht en de heer-

Doch

juist

daarom

ligt in die

betuiging dan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 578

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's