E voto Dordraceno - pagina 343
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXIII. HOOFDSTUK VIII.
Maar het derde komt dan
laar.
uw
dusver vloekte ring
uit.
Daarna
slaat.
Tot
de hand aan
slaat Hij
uw
het zaad Gods zinkt in
u,
de kiem van een heilig, onverderfelijk bestaan komt in u
en
neer,
God de hand aan u
als
persoon en wezen nog tegen Gods rechtvaardigverkla-
Maar nu
in.
ziel
eerst,
343
omhangen en
ge nog wel met zonde schriklijk
is
het
nieuwe leven nog wel niet in u ontloken. Maar dit doet er niet
toe.
De
landman, die weet dat
halmen
en
de
naar die kiem rekent
toe,
God
den. Bij
u
verklaart
zijn
bij
God
geldt ge nooit voor wat ge te
Maar
zijn.
;
dit is
als
kiem
kwam
u
God
een rechtvaardige zou gel-
maar voor datgene wat God
zijt,
bij
uw God
God
te
boek stond
gezien wierdt,
is
een begin van werkelijkheid. Het geloofsvermogen
tot
is
nu
ge in het boek des levens staat. Zijn Raadsbesluit
gelijk
ziet,
in
zal het eens
teweeg gebracht, dat God de Heere u nu ook
door de wedergeboorte dit in
is
het onderscheid. Terwijl ge tot op het
zondaar en gevloekte door
tegelijk als
kiem
uit die
oogenblik uwer wedergeboorte wel als rechtvaardig
maar
al
kiem geheiligd, dat doet er
in
hart gedrongen.
hierdoor nu eerst
hij
En
ook uit zullen komen.
dan toch
hij
tegelijk, dat de
en de wortel van zijn rechtvaardig bestaan voor
;
den bodem van
in
Niet alsof
weet
is,
nog slechts
wedergeborene
een
vast en zeker rijpen
dan
akker bezaaid
zijn
airen er inzitten en er dus
volle
derhalve niet
blijft
is
u
ingeplant.
Dit alles
wist.
eer
Lang
eer ge geboren wierdt sprak Hij u rechtvaardig.
opgewekt
uit de
En
dooden.
ook zonder dat
de
Dat
alles
hierbij
deed Hij zonder
aard
blijft
van
zijn staat voor
ziel
van
Eeuwen lang
er
gij
u,
buiten u om, in u,
het niet.
God
mensch
ligt
den
heeft u als
aanvankeziel
maar buiten
in zijn
mensch gerechtvaardigd
schepping naar Gods beeld,
onder andere daarin uitkomende, dat de mensch geroepen
en
er zelf
gij
weten.
Doch en
maar zonder dat
van merktet, heeft Hij de kiem des eeuwigen levens in uw
iets
gedragen.
uw
u,
ge het aanzijn ontvingt heeft Hij den Middelaar te uwer rechtvaar-
digmaking lijk
echter ging geheel buiten het daadwerkelijk geloof om. Dit
alles
deed God de Heere voor en in
bekend
indringt,
het
God
te
om
kennen. Deze zaak moet dus u zelf in
gemaakt, en zóó bekend gemaakt, dat aanvaardt,
is
gij
er
zijn
uw
God
eigen
met uw besef
het onvoorwaardelijk aanneemt en het vastelijk
gelooft.
Een mensch wordt of
van
steen.
deze
Hij
zelf,
uitspraak
niet werktuiglijk bewerkt.
Een zondaar
in zijn eigen persoonlijk bewustzijn,
van
zijn
God
over
hem
is
geen blok
moet de kennis
ontvangen, en het moet er
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's