E voto Dordraceno - pagina 396
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
398 in
XLV. HOOFDSTUK
ZOND.
geheugen met zich omdroeg, en nu
zijn
naar
buiten
moet
gebed
Niet
uitgaan.
laat
XI.
uit dit
geheugen
in vrijen
vorm
vorm, maar bet wezenlijke van het
de
het waarlijk vrije geestelijk bidden uit het gemoed naar
bij
boven komen.
Is
nu
dit
dan volgt hieruit vanzelf de
zoo,
en persoonlijk gebed het
anderen
het
meer het formuliergebed op
vanzelf
sluitenden
maar
zin,
gebed
vrije
wezen, toch
genoegzaam
actie
in
om
is,
volkomen
gemeenschappelijk
moederen
gebed
is
bidden
om
voor
aange-
Als de
En omgekeerd
is
het gemeenschappe-
in
de ge-
oud formuliergebed gedempt zou worden, woord. Het
vrije
is
uit dien hoofde,
geestelijk terrein, niet wel mogelijk
vasten altoos doorgaanden regel te stellen.
een
geven.
te
communale mystieke beweging
een
een gebed in het
ander
een
op
is
aangewezen, maar toch kan er ook onder het
oprijzen, die door een
en daarom roept evenals
formuliergebed
het
dat
waar,
bidden meer vanzelf
lijk
uit-
recht komt, als ons gemoeds-
zijn
een eigen gebed uit
fontein in ons niet springt, kan er geen vrij gebed zijn.
het
Niet in
is.
het toch waar, dat
is
ons persoonlijk eenzaam bidden
voor
vanzelf
plaats
Al
met
het in den aard der zaak, dat het wezenlijk vrije bidden
ligt
ook in ons persoonlijk leven alleen tot leven
zijn
den zin van voorrang.
in
eenzaam
regel, dat in ons
bidden, in het gemeenschappelijk gebed
vrije
om
voor het
De gelegenheden
daartoe vaak te ongelijk. Feitelijk heeft zich dan ook in de practijk
zijn
tusschen het vrije gebed en het formuliergebed een derde soort, dat het vrijelijk gewijzigde gebed zou kunnen noemen, ingedrongen.
aan
tafel
elk
der
gaan
b.
v.
zal,
aangezetenen,
ook
zij
men
als
het
ook
men
Bij het
zeer voor zich zelf bidt, bijna
stil
„mit ein bischen anderen Worten",
vrijwel hetzelfde bidden, ook al zeggen niet allen een vast, vanbuiten ge-
gebed
leerd
voor bij
op.
Zelfs als
God buigen weet men de
meesten
genoten
morgen, en op een bede in
deze,
avonds duizenden en duizenden hun knieën
vooruit, ook al onderzoekt
om om
gerusten slaap en hulpe voor den dag van
gebed dat allen bidden; alleen
onvrij
van
uitdrukking,
Hetzelfde
geldt
schier
wie voorgaat,
gebeden
in
vrij
in
feitelijk is
het toch
den gewijzigden vorm
en door wat de één zus en de andere zóó er bijvoegt. telkens weerkeerende vergaderingen die
van
geopend worden, en die mutatis mutandi, aangaat,
het niet, dat
vergeving van schuld. Dat moge de één nu
de ander in die woorden uitdrukken, maar
een
men
het gebed neerkomt, op een danken voor wat dien dag
op een bede
is,
's
altoos
vrijelijk
tot
bidt.
gelijk
men
zegt,
met gebed
wat den inhoud
dezelfde beden uitdrijven, ook al schijnt, dat
En
dit
nu moet ten
den openbaren eeredienst. Ook
al
is
slotte
ook gezegd van de
het toch onder ons thans
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's