E voto Dordraceno - pagina 422
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;
422
smelt, of u den zegen
ijs
XXV. HOOFDSTUK
ZOND.
uw brood
bij
IV.
u ook wederbaart, daar
geeft, of
deze werkingen uit de Heilige Schrift, als zoodanig, en zonder meer,
alle
niet voortvloeien.
Neen,
we van de
als
Woord Gods
Heilige Schrift als
spreken, bedoelen
we één bepaald Woord Gods, en wel dat Woord Gods, waardoor Hij genade het
de kennisse, die voor
al
verstand van dat Evangelie, of inzicht in die genadebedeeling
recht
noodzakelijk
Vandaar ons
is.
sterk protest tegen het voorgeven, als zou er
Woord
wel in de Heilige Schrift een
Woord
Gods
zelve,
met
of zijn Ecangelie heeft geopenbaard,
zijn
zijn.
Dit
Want
onzin.
is
niet, die
wel ziet ieder
er op onderscheidene plaatsen
dat
oogopslag,
Gods, maar
in de
Heilige Schrift bij
den eersten
Heilige Schrift uit-
spraken, woorden, betuigingen en beloften Gods voorkomen, en dat daarnaast
verhalen van gebeurde zaken en soms zeer booze betuigingen en
allerlei
verklaringen van menschen of Satan staan
en erkennen we dus ten
;
volle,
dat er in de Heilige Schrift een menigte verzen en soms heele kapittelen
woorden Gods voorkomen. Maar
staan, waarin geen opzettelijke niets
maken met onze
te
Woord
genade
zijner
dat
en
Deze
is.
geweven
melden
mededeelen
hiermee
aan
boek van
houdt
zijn
volk
feiten,
allerlei
van
zijn
allerlei
en
al
behoeven,
wij
als
te verstaan.
Al
zijn
kerk heeft geschonken
geschonken, hetwelk onder het ver-
heeft
en
verhalen
uitspraken
om
Gods
Schrift gelijk
God Almachtig het Woord
kerk te verrijken, een kunstig in elkander
dit
gebeurtenissen,
Gods
één zoodanig geheel oplevert, dat juist bevat,
dat
in,
een Heilige Schriftuur aan
in
om
Hij,
belijdenis dat de Heilige
belijdenis toch
dit heeft
onder het
en
en uitspraken des menschen,
al zulk licht
ééne machtige
en
al
zulke schaduw
Woord van
zijn
genade
dus wat de mensch sprak, een woord eens menschen,
blijft
wat Satan sprak, een woord van Satan, toch strekt
tegenstelling en als in schaduw, ons het ééne Woord, van
dit alles,
om
bij
Gods genade
in
zijn rijkdom, in zijn tegenstelling en in zijn werking op ons hart te leeren
verstaan.
En
overmits nu die geheele Schrift als de Heilige Schriftuur
ons van Godswege geschonken
om
dat volle,
onze zielen gelijkenis,
Een
is.
te
rijke,
is,
als draagster,
instrument en geleiddraad,
machtige Woord van Gods genade in de kerk en
tot
doen doordreunen, daarom mogen we niet aflaten, van de
dat deze Heilige Schrift zelve, en als zoodanig, uitdrukking,
die
dan
nog
sterker
Gods Woord
aangebonden wordt door de
goddelijke ingeving der Heilige Schrift, overmits deze goddelijke ingeving,
ook
zelfs
waar
den waarborg dien
het
biedt,
woorden
van
Satan of van den mensch
geldt, ons
dat metterdaad alzoo de uitspraak van Satan of van
mensch was.
Vat men nu aldus de Heilige
Schrift,
dan voelt
men
tevens in hoeverre
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's