E voto Dordraceno - pagina 322
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
324
ZOND.
wordt
Dit
niet gezegd, alsof deze
van het Gehed
ders
XLV. HOOFDSTUK
I.
mondeling en
schriftelijke verklaar-
nuchter en onverschillig tegenover de aangrij-
koel,
pende en indrukwekkende macht van het Gebedsmysterie hadden gestaan. ook
Integendeel,
gebed ge
onder hen waren bidders, wier gloed en innigheid van hebben. Zoo lang ze dan ook over het Ge-
allicht benijd zoudt
bed in het gemeen handelen, was de uiting hunner gedachten ganschelijk niet zoo pover. Bijna allen lieten
aan de behandeling van het
Ome
Vader
bespreking over de gebeden als zoodanig voorafgaan, en wijl ze hier
een
een nieuw en bezielend onderwerp bespraken, was hun toelichting meestal
Maar anders werd
zaakrijk en boeiend.
zoodra ze aan het Onze Vader
dit,
zelf
toegekomen
waren.
Dan
toch werd gemeenlijk meer op den inhoud
der
beden,
dan
op het
feit,
dat elke bede een cfehed was, de
men
gevestigd. Zoo raakte
uit
den gebedstoon
aandacht
Het werd een nuchtere
uit.
En
uitlegging van een stuk mysterie of een stuk gebod.
zoo kon het niet
anders, of de eigenlijke beteekenis van dit laatste deel van den Catechis-
mus moest Stellig
te loor gaan.
nu was
dit niet
maken. Alle gebed al
is
goed, ook al aarzelen
mystiek.
wat voorwerpelijk was, voor u
om
u heen, trekt ge u
teruij in
gene wereld daarbinnen, uw len
Maar juist daarom
is.
iemand een verwijt van te
ziel
uw
hart,
om
buigt, gaat
Uit de wereld
eerst uit die verbor-
op te heffen tot uwen Vader, die in de heme-
heeft het redeneerende verstand
en wat
uit,
er
in het onderwerpelijke over.
de wereld van
nige gebed zoo weinig in te brengen.
de oppervlakte
we
Met dat ge uw knieën voor uw God
Met
uw gebed
alle
bij
het
warme en
in-
redeneering breidt ge u breed in
juist wil
is,
om
uit die oppervlakte
in
de diepte af te dalen, en uit die breedte u terug en saam te trekken
in
de bepaaldheid, de kleinheid en de omsloteuheid van
Gebed
en
kander.
heilige logica
volheid uit
uw
noch
uit
en
er ook in het
alsof
ware
maar
;
eigen wezen.
staan daarom bijna als twee polen tegenover el-
redeneering
Niet
uw
in
gebed geen orde, geen gedachte, geen
de zielroerende smeeking komt die orde, die
van gedachte, die klemmende heihge logica niet op
warmte
verstandelijke
de wet van
onderstellingen,
uw
noch
uit
uw
begripswereld,
rijke
denken, maar uit het gebedsleven, uit de diepte
des gemoeds, uit den drang des Geestes zelven. Vandaar dat lange rede-
neerende gebeden zoo afmatten en
alle
gebedsstemmiug
in
u dooden. En
hiermee nu hangt het saam, dat een uitlegging van het Onze Vader, wijl
zich
altoos redeneering
zoo ligt gevaar loopt
uitlegging
te
ver van den gebedstoon te verwijderen en zich te zeer van
Geest der genade en der gebeden
te
zijn,
vervreemden. Meesterlijk
ook van den Heidelberger begrepen, dat een
moet
ze
is,
hij
die,
elke bede in
is
den
hetdan
den vorm van
gebed verklaart. Er staat niets voor elke bede dan: Dat
is,
en dan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's