Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 425

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 425

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

XV. HOOFDSTUK

ZOND.

Doch een

Hiermee

waarbij iets goeds en begeerlijks als belofte op iemand

is,

God

gelegd, of van

zelf over ons spreekt.

„God sprak: Er

gemaakt."

God zag dat

De

God

dien

verband met de Schepping. „Door het

in

hemelen

de

zegen,

het goed was

oorsprong

En

dit

nu

des Heeren zijn

en er was

licht,

zij

licht,

en

dus in Gods raad, maar komt uit

ligt

Woord. God spreekt en het

dien raad door het

Woord

of ons

!"

Schepping

der

Immers

menschen op ons leggen

niet de zegen dien

is

maar de

afgebeden wordt.

het begrip van zegen nog niet doorgrond.

is

de eigenlijke zegen

staat

hem

over

echter

toebidden,

419

zooveel blijkt dus reeds, dat zegen oorspronkelijk

dit daargelaten,

uitspraak

VI.

Hij gebiedt en het

er,

is

staat er.

Zoo leven we dus van den adem

Houden

er zaligheid.

is

En

en verkwijning. zoo

De

er leven, zoo

openen zich

voedsel

voor

aangezicht,

zijn

ons

brood,

eigenlijke

want dat

zegen, dien het

God

zegen)

belieft tot dit

over

dit

is,

Zoo

die

danken

te

of gelijk hij het in

;

des Heeren uitgaat."

woord van zegen dat

dus

geeft,

alle

om vermogen

nevel

op,

en

te

„Van enkel brood

maar wel van het woord dat

mond

den

uit

aan den

is

danken aan „het woord

van den mond des Heeren uitgaat."

u kracht

trekt

is te

blijft,

leven niet behouden,

zijn

brood

wat

mond

met een berg van

is

brood te spreken

dan zegt Mozes ons in vers 18, dat

doet,

het

mensch

dat

voorts,

dat van den

er

onderhoudt, maar dat onze voeding en

leven

3 uitdrukt: Dat ons leven in stand

de

kwade,

eigenlijk niet de spijs zelf, niet

onderhouding en de instandhouding van ons leven

kan

matheid

die lippen over ons ten

dat Israël nog niet gebaat

legt,

(van

er vrede, zoo

Deuteronomium VUT, waar Mozes

rijkste onderwijzing geeft hier

nadruk op

VS.

is

die lippon zich in, zoo is er verdorring,

eindelijk

zoozeer

het

is

ondergang en verderf.

er

is

Spreken die

zijner goddelijke lippen.

goddelijke lippen ons ten goede toe, zoo

En

vraagt ge dan

des Heeren uitgaat,

dit hierin bestaat:

yiDat Hij

verkrijgen.

wordt de zaak duidelijk. Er

is

én

schepping én onderhouding van het eens geschapene. Welnu, beide en die schepping én die onderhouding gaat door het woord des Heeren. dat

spreken,

dat

woord

des Heeren,

nu de onderhouding

van het eens geschapene bedoelt, daar draagt

dit

den

En waar

in gelukstaat

naam van

zegen.

Tegenover dezen zegen staat nu de vloek. Ook deze vloek nu kan door

menschen

gesproken

worden,

hetzij

toom met de bede dat God dien in

Spreuken

XXVI:

op

last

van God,

't

zij

in heiligen

vloek doe komen. Evenwel, gelijk

2 zegt: „Gelijk een

musch

is

tot

Salomo

wegzweven, alzoo

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 425

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's