E voto Dordraceno - pagina 356
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
356
ZOND.
Nu
werken."
XXXIIe
XXIV. HOOFDSTUK
wordt de regel in de XXXIIIe, de noodzakelijkheid
digmaking door het de
God
XXIVe
en de verdienstelijkheid in deze
Het beloop van den Catechismus
op
I.
der
afdeeling besproken.
aldus
is
:
Na van
de rechtvaar-
stuit de
Catechismus
hebben gehandeld,
greZoo/'a^Zcew te
tegenspraak
hierbij
Roomsche
de
in
kerk, die onze rechtvaardigheid voor
ten deele ook uit de goede werken afleidt. Tegenover die onzuivere
Catechismus dan de rechtvaardigheid Gods die door het
leer handhaaft de
geloof
Dit leidt dan vanzelf tot de natuurlijke vraag: hoe dit geloof in
is.
En
de uitverkorenen ontstaat?
zoo
komt dan de Catechismus op de beide
van het Woord en de Sacramenten, waardoor
genademiddelen
gewekt en bevestigd wordt. In het
kort,
dit
geloof
wordt dan de predikatie des Woords
behandeld, waarover bijna geen verschil van gevoelen bestond, en daarna zeer
den
in
Christus
breede zoo
steeds
de
leer
der
Sacramenten,
bitter verdeeld
genademiddelen saam
zijn
dan Vraag
was
waarover
in eigen
65—85
gewijd
de kerk van
boezem. Aan heide de ;
en hiermede loopt het
tweede deel van den Catechismus, dat van onze Verlossing handelde, ten einde.
En
alsnu overgaande tot het derde deel, &a,i\A.\iAQ
handelt, sluit de Catechismus weer aan
Dankbaarheid
Vraag 64 aan doet ;
alsof heel het
tusschenstuk over de genademiddelen slechts een ingevoegde schakel ware,
en
nu
neemt
uit
Vraag 64, waarin over de „goede werken" gehandeld
„Waarom moeten
wij
nog goede
ons heil in Christus gereed ligt?"
En
zoo van de
was, de vanzelf oprijzende bedenking op
werken doen, zoo toch
al
:
verdienstelijkheid op de noodzakelijkheid der „goede werken" komende, dringt hij
dan ten
slotte tot
den wortel der „goede werken" door, en handelt van de
bekeering des menschen,
Ge
om
daaruit den regel der „goede werken" af te leiden.
vergist u dus en haalt den Catechismus uit zijn verband, zoo ge bij
Zondag
XXIV
reeds geheel het stuk der „goede werken" gaat behandelen.
Dit komt eerst later aan de orde. Hier wordt uitsluitend gesproken over hunne verdienstelijkheid.
De XXIVe
Zondagsafdeeling keert zich dus niet tegen
de Antinomianen, maar tegen den aflaathandel, die
bij
Rome ongemerkt
uit
haar toekennen van verdienstelijkheid aan de „goede werken" was opgekomen.
Dat we
stuk,
hierbij
men
pleegt
dan
op den aflaathandel wijzen geschiedt met opzet. Raad-
toch de officieele verklaringen van de
zijn
Roomsche kerk op
de uitlatingen zóó voorzichtig gesteld,
dat een gewoon
ternauwernood een adder onder het gras ontdekken zou in
den
er
uit deze
aflaathandel,
en eerst als
om
men
ook gelijk die thans nog gedreven wordt, ziet wat
bedekte afwijking van de waarheid opspruit, gevoelt
ernstige roeping,
De
;
dit
lezer
op dit punt tegen
Rome
partij
men
de
te kiezen.
uitspraken van het Concilie van Trente op dit punt zijn in den Canon
over de rechtvaardigmaking opgenomen en luiden in Canon
XXX
en
v.v.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's