E voto Dordraceno - pagina 249
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIII. HOOFDSTUK
den
moet worden, zoodra persoonlijk voordeel
laster
Dan
en haat in het spel komt. en
lastertaal,
ons
gelijk
van
onderwerp
men
maar
noemt, en,
dit
Men komt dan nu
en
dat
meer dan
één, enkel
waar
of
niet
oververtelt,
gen
En
maakt
om
men
offer
Toch
er
om
die booze achterklap in allerlei krin-
men dan
die er niet bij zijn.
daarop afgaande oordeelt
af;
men
in zijn kring zeker gerucht en vestigt in zijn
waar
maar
hij
al te
om-
vaak het slacht-
niets tegen vermag.
hij
Hij
is
en behoefte aan zekeren
De
zondig, en sticht ongelooflijk veel kwaad.
en
zijn veelvuldigheid,
om
achterklap
de gemakkelijkheid waarmee bijna ieder
aan meedoet, een der gevaarlijkste elementen in onze maatschappelijke
maar
toestanden,
men
niet
opzettelijk
waar
hem
hij
onedel
het
verkrijgt als
en
dit
het gesprek gedreven wordt, nog niet kwaadaardig in zijn be-
in
doeling.
Want
leven, zoo-
En nu moet al wat men verhaalt worden, om de belangstelling te
die achterklap, zoo hij uit tijdverdrijf
is
prikkel
weet
hij
gepeperd
opinie over iemand,
zekere
Het gewone
vermaken ten koste van derden,
van wordt en waar
zijn
een oude veete te koelen, of ook
althans schrikkelijk overdrijft.
hij
en
en moet een ieder
los,
heeft peper noodig.
hij
op dien achterklap gaat
geving
die achterklap
is
interessant te zijn, dingen, die
dan dag op dag
is
zich te
en zoo verbreidt
is
om
die
aangedikt
zoo
om
bezig,
En
is
is,
mes
allerlei anthipathie en concurrentie
niet geprikkeld genoeg.
het
en
wekken.
zijn,
de achterklap,
als
gemis aan degelijker
bijeen nog zonder de minste booze
raken de tongen
in het zakje leggen, en
juist heeft
elkaar
spoedig den een of ander onder het
al
van de schoone gelegenheid gebruik, verzint
bij
waarin
om met
pratende en babbelende, komt het gesprek op dezen
al
genen persoon,
duitje
in kringen
veel vrijen tijd heeft
eens honderd uit zal redeneeren,
een zeer booze macht.
of
volk
conversatie,
neemt, over wien
bedoeling,
men
wordt, waarin
„babbelen",
te
of persoonlijke nijd
begint het met achterklap, gaat voort in
hoon en eereschending. Vooral
stijgt tot
gewerkt
weinig
251
III.
is,
is
nog niet boosaardig
getuigenis
iemand
iets
dan eerst
met de bedoeling om Er bestaat
door
de
men
verdraait
laster
gelooflijk
en
anders voor dan ze
in
en
Dat karakter
als het laster wordt, d. w.
z.
men weet dat het en goeden naam te krenken
ten laste legt, waarvan zijn
zeer te doen of onschadelijk te
klakkeloos toe.
in zijn toeleg.
eer
maken. Dat gaat dan meest niet
den regel dan wel eenige aanleiding, waaraannemelijk
kan
worden
gemaakt; maar
verkeert dan iemands woorden, stelt zijn handelingen zijn,
en weet aan dat
alles zulk
een glimp van waar-
heid te geven, dat de laster geloof vindt. Tot deze zonde worden ze meest verlokt
door
geroepen,
om
geestelijken
hoogmoed.
De
geestelijke
hoogmoed acht
zich
over een iegelijk als rechter te gaan zitten. Menschen die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's