E voto Dordraceno - pagina 364
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XIII. HOOFDSTUK IV.
358 danig eerde. ge
En
dat laatste moet er
daardoor
niet
ten
bij.
heer, dat
volle
opsluit; neen, heer in vollen zin over
u op
slaaf
hond aan hond
een
moet
ketting
als
eerst,
hond
zijn
hij
wel
geen
wel
dus
is
uw
slaaf
zijt
vrij
is,
uw
ge dan eerst, als
eert.
Een
herder, die zijn
en slaan met den
staf,
zijn
is
hond
kan laten loopen, en toch op
is
zijn
hond gehoorzaamd wordt. of ook nadat
twijfel,
Adam
viel,
Heere, evenals de herder heer over zijn hond
zijn
zijt
weerspanning
als hij
en u als heere
rondleiden
fluiten of roepen stipt door zijn
Er
hem,
niet meester; en in vollen zin meester over zijn
volstrekt
dan
hij
uw woord gehoorzaamt
Over een slaaf bijvoorbeeld
gij
God nog
bleef
ook
blijft,
al stelt
het beest zich nog zoo kwaadaardig teweer; maar toch in de zonde zelve
dat
deze
Heere
ons
over
heerlijk recht in
om God
zij
onze macht stond,
Het
zij.
van God over
zijn
was
te vernietigen.
is
God
te :
erkennen.
We
Het
willen niet
om
een vermetele poging
Waar een Heere is, daar moet En daarom vraagt God aan
is
mijn
f ere,
en ben Ik een fleere,
mijn vreeze?" is
en
Heere
blijft
over
alle
schepsel
eeuwiglijk, ook over alle
zondaren, over alle heidenen, en zelfs over alle duivelen en demonen. niet één is er, die zonder zijn wil zich roeren of
Maar overmits het nu Gods ketting
door
Hem en
uitloopen
zal
Gods
aan blijft
nu
als
een
is,
stipt
op
zijn
bewegen kan.
woord
als
de herdershond
gehoorzamen,
wordt
Door de zonde verbinden
zijn.
is
de band, die ons, schepselen, aan God
moest, dus
feitelijk
Een zondaar,
werking.
vijandig wierd, kan
er
Hem
als
En
zoo
mensch
Hij wil, dat de
Hem verkeeren zal, en uit stil ontzag en aan Hem als Heere zal onderworpen wezen.
bij
liefde
vrij
door den zondaar afbreuk gedaan. Een zondaar
/(ee»'schappij
kind
En
dat de mensch niet aan een
worden rondgeleid, maar
Hem
God over den mensch geen Heere
dankende
zijn
zal
wil en bestel
wel in Gods macht, maar door de ketting en door de roede.
wil
het
zijn.
den zondaar: „Ben Ik een Vader, waar
waar
Heere
creatunr aan te randen, en, voorzooveel
ontzag en vreeze voor dien Heere
ook
als
opzeggen van de gehoorzaamheid. Een zeggen
een
dit
Adams
een weigering van
stak
was
in teedere,
onzen Heere
wel niet verbroken, maar toch gestoord in
die in zijn hart
van God wegtrekt en Gode
de eere en de vreeze niet brengen, die
Hem als
Heere toekomt.
En nu
is
dit
het Middelaars-mysterie, dat de Drieëenige
ondoorgrondelijke barmhartigheden langs heel anderen als
Heere over ons aanstelt
van een Heere over ons
;
;
God
in zijn
weg den Middelaar
ons op die wijs weer went aan het hebben
en ons alzoo ongemerkt er toe opleidt,
om
ons
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's