E voto Dordraceno - pagina 335
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XLV. HOOFDSTUK
ZOND.
337
III.
met iemand, wiens maagzaur verzwakt, wiens levensenergie gedaald, en wiens stofwisseling beneden peil geraakt
met langzamen zelfmoord
regel
geen spoor aanvrezig, de
aan geheele uitputting leggen
ders,
dan
dan
vervreemden,
Ze geven toekruid
artsen, en zelfs verstandige huismoe-
om
komt
dan
ze
om
spijs
den smaak er van te verbeteren.
de arts
den patiënt en de moeder
bij
met een bevel; „Ge moet eten;" en dan wordt metterdaad
men
in elk etmaal, gelijk
ze dat de gezonde
zich van de spijs
omgekeerd den trek
juist
op meer tijden. Ze wisselen de
spijs bij,
zoeken
is
in het einde zal blijken, dat hij
daarom geheel anders aan. Merken
het
van trek
lusteloos,
en laat ge zulk een verzwakt
;
afnam, en een der huisgenooten er toe neigt
trek te
Goede
sterft.
is
eindigen met al minder te eten,
hij
nóg afnemen, en
zijn trek
zal
Men
gelijk.
walgt veeleer
spijze
persoon nu aan zichzelf over, dan zal hierdoor
dan staat het volgen van dien
is,
af.
En
te prikkelen.
Ze geven er meer
helpt dat nog niet,
het kind ten slotte
bij
er op toegezien, dat er
Dat
zegt, zoo en zooveel in komt.
men het uitdrukt, tegen heug en meug. Soms met het, om de spijs in de maag te brengen, en die er in men in den regel, dat er spoedig beterschap intreedt,
gaat dan eerst, zooals
Maar
verzet.
gelukt
houden, dan
te
de
dat
ziet
gaandeweg terugkomt, en dat
trek
middel dienst deed,
om
Met het gebed nu
staat het evenzoo. Als
Dan
er geen drang toe gevoelt."
van
gevolg
het
een
veilig
zijn
we
Gods
van lijk
niet.
zeggen: „Bidt niet zoo ge
van een toevallige verstrooiing, zijn
;
en straks zou heer-
drang
toestand.
En
wacht
en
niet,
gevolg maar
al
Gevolg waarvan
te
nu
zegt ge
De drang
tot
het nu waar, dat
genen,
die
we
allen lijdende.
Een
iegelijk
is,
dat de rechte, warme, be-
tot
Hem
:
„Welaan, bid dan
in zulk
maar
al te
een toestand
ge den drang weer in u bespeurt," dan
is
het
vaak, dat de trek in het bidden in plaats van te win-
nog afneemt, en dat ten
wordt.
zijn
gebed, gelijk die steeds ons prikkelen moest,
tot
dikwijls ontbreekt.
maar
In geestelijken zin
kinderen zelfs verkeert doorgaande in een verzwakten, geeste-
bloedarmen-
zielde
is
geestelijk ja, hoofd voor
en krachtig de drang tot het gebed terugkeeren. Maar zoo geestelijk ge-
zond
nen,
als
te geraken.
zou toch het gemis van dien drang slechts
afleiding,
tijdelijke
we
van een voorbijgaande dofheid en suf heid kunnen lijk
gedwongen eten
weer tot het natuurlijk eten
kerngezond waren, dan kondt ge
hoofd,
juist het
slotte
het bidden
God
daarom
zijn
is
een leven bijna zonder gebed regel
ook een gave des Heiligen Geestes, en
Heiligen Geest niet schenken wil dan den-
aanroepen, dan
is
het immers natuurlijk, dat
wie van het bidden aflaat ook »den Geest der genade en der gebeden" al
minder
in
vooruit,
maar
zich
werken
achteruit.
E VOTO DOEDR. VI.
voelt.
Men
Door
niet te bidden gaat
ontwent aan het gebedsleven.
men Men
dus niet raakt ten
22
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's