E voto Dordraceno - pagina 431
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXV. HOOFDSTUK
ZOND.
er aan bleet' vasthouden, dat de
hij
431
V.
genade werkelijk door de elementen
van het Sacrament heenging, zoodat het Doopwater nog water
Wel ging Luther
en bezien.
van
eerst
hij
en het brood en de wijn nog
wierd,
meel
van
anders dan het product
oorspronkelijk zoover niet, en
maar de Luthersche kerk
opgeraakt,
Roomsche
deze ten deele
anders dan
is
naar den invloed der gebeurtenissen, dezen hoog-
lieverlee,
weg
kerkelijken
iets
iets
heeft als zoodanig
voorstelling dan toch bijgehouden, en juist daar-
door de kerkelijke vereeniging met de Gereformeerden onmogelijk gemaakt.
Ware dus verwachten
Calvijn
destijds
dan
geweest,
niet
opgestaan,
zijn
dat
gered,
kerk
der
Nu
afgedoold.
aan
de
echter
Rome's
kerkelijke, opvatting
Calvijn juist hierdoor de zaak
heeft
met volkomen helderheid en
het eerst
hij
te
de Gereformeerden almeer naar Zwingli's
dat
verstandelijke, en de Lutherschen almeer naar
zouden
dan ware niet anders
zuiverheid de actie
van Christus ondergeschikt heeft gemaakt, en
actie
deze actie van Christus aan het Sacrament zelf heeft verbonden. Calvijn
zag
dat
in,
het teeken van Sacrament bloot teeken
blijft,
maar dat op
oogenblik, dat het Sacrament, in gehoorzaamheid aan Christus'
hetzelfde
ordinantie
gebruikt wordt, de Christus uit den hemel door den Heiligen
Geest
werking in de
die
de
hij
niet
ziel
Een volkomen
volbrengt.
juiste uitlegging,
op het Sacrament van het heilig Avondmaal, maar
alleen
wel terdege ook op het Sacrament van den heiligen Doop heeft toegepast,
en
en Catechismus zoowel als in onze Liturgische
die in onze Confessie
formulieren, heerlijk naklinkt.
Steeds moet betreurd, dat onze latere godgeleerden, in hun dogmatische uiteenzetting
komen,
lieten als
den en
rijkdom van deze opvatting niet genoeg tot
met name, dat
wel
ze,
het Sacrament
te
zijn
recht
uitsluitend
een teeken opvattend, niet genoeg nadruk hebben gelegd op de actie in
het Sacrament, niet zoozeer van de kerk, maar van Christus. Slechts ten deele slaagden ze hierin, door naast het begrip van teeken ook het begrip
van Bondsze^el vast hierin, dat bij
houden.
te
Immers
teeken en zegel verschillen juist
het teeken alles hangt aan de juiste voorstelling der af te
beelden zaak, terwijl het zegel insluit, dat het gezet moet worden, en dat het recht,
om
dit zegel
toekomt, ook al bedient
Op
dit begrip
slechts
terloops
op iets te zetten, slechts aan den Koning zelven hij
zich hierbij van zijn ondergeschikte dienaren.
van zegel komen we dan ook vermeld.
Immers
al
is
het
later terug. Hier
kan het
zegel een teeken
van een
bijzonder soort, toch valt ook het zegel onder het soortbegrip der teekenen. Alle
„zegel"
is
een
waarvan we hebben
„teeken",
uit te gaan.
en
„teeken"
blijft
dus het hoofdbegrip,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's