E voto Dordraceno - pagina 392
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XTV. HOOFDSTUK IV.
386 van
bleef
Vandaar dat
aankleven.
leven
soonlijk
met ons per-
persoonlijke zwakheden, die ons in verband
die
wel
hij
maar
sterft,
niet ziek is
geweest.
En
komen we dan
zoo
verzoening
genomen
waar,
dat
Christus
dat zijn vergoten bloed de
kunnen worden, moest aan-
krachtens de noodwendige gevolgen
niet
maar ingevolge
geboorte,
zijner
:
te
in de vleeschwording.
bet
Is
derde punt
tot het
maar om vergoten
aanbrengt,
beschikking
de
Heeren,
des
den
in
staat van een ongerechtige en als verantwoordelijk voor onzer aller schuld
kwam,
aarde
op
van onzer
aller
greep
den
in
dan voelt ge onmiddelijk, dat
bemerkt,
David
en
vast
niet
geen
den
in
Gods
wille
geweest
verzoening
zijn.
voor
zijn
En wat
ge
Abraham en
Ouden Verbonds, en geen hunner had
verlosten des
Psalm XXXII van een
in
als
zou
zou
er
alle
geboorte plaats
zijn
des Welbehagens. Dit kon ook niet anders, of onze
raad
rechtvaardigmaking ook
eigenlijk de toerekening
schuld aan den Middelaar reeds vóór
ooit
„welzalig, wien de zonden zijn vergeven"
kunnen jubelen. Dit sta dus boven
aan
schuld
Eeuwigen
Doch
dat
te
niet
hij
bedenking
geboren,
kunnen anders
in
is
juist
verzoenen,
dan
ontvangenis in den raad des
zijn
en
zoo,
dit
en
de toerekening van onzer aller
vast, dat
vóór
reeds
is
ontvangen
zonden
onze
alle
Christus,
was.
raad
zelfden
uit,
den
den
hij
alleen
om
als
dan
krachtens
dezen
drager onzer schuld,
volgt
hier
ook
vanzelf
staat van een ongerechtige
ontvangen en geboren worden. „Geworden
uit
kon
een vrouw, geworden onrfer
de wet!"
In
ontvangenis en geboorte
zijn
vangenis uit den Heiligen Geest
ligt
dus tweeërlei
feitelijk
1. is hij door zijn ont-
:
en wezenlijk „heilig, onbesmet en
onnoozel", en 2". toch tegelijk, wat zijn staat
a&Dga.a.t,
schuldig gesteld
eii
schuldig gerekend voor onzer aller schuld.
Nu
intusschen de zoen der zonde in het recht Gods, dat voor een
ligt
oneindige
schuld
toerekening
van onzer
een eeuwigen dood vraagt. Hieruit volgt alzoo, dat de
van onzer
aller
aller
schuld aan den Middelaar, en de verzoening
schuld door hem, wel afvloeit uit Gods raad, maar eerst
gerealiseerd wordt, als zijn bloed wordt vergoten en hij in den eeuwigen
dood
ingaat.
dongen
:
We
En
in zooverre
Maar, en hierop nu vergieten,
mag
er nooit
aan getornd of
iets
op afge-
hebben de verlossing door zijn bloed.
nam
is
meestal veel te weinig
hij het aan, en dat
daad van vernedering, en droeg
aannemen als
gelet,
om
zelf reeds
zijn
bloed te kunnen
van dat bloed was een
zoodanig reeds een priesterlijk karakter.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's