E voto Dordraceno - pagina 413
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
XV. HOOFDSTUK
ZOND.
hebben
maar
niet iets bijkomstigs, dat mij voor een korte poos gegeven
is
hoort
bij
mijn wezen. Een engel moge naar
een mensch
zijn,
lijk
eerst
andere
en
de
was
hij
dit niet.
is
met uw wezen
deel hebt, en dat
baar
407
IV.
Mensch
te zijn
wezen onlichame-
zijn
beteekent
Alzoo schiep
mensch. Hij vormde den mensch
uit het stof der aarde
neusgaten den adem des levens, en alzoo eerst wierd
ziel.
Een mensch
toestand
hij tot
een
in
verminkten,
onnatuurlijken
blies in
een levende
toestand, en deze
slechts voorbereidend voor de ure, waarop ge
is
;
zoo
den staat der afscheiding na den lichamelijken dood
in
derhalve
dat ge
God den mensch en
zijn
verkeert
juist,
aan twee werelden, de ééne zicht-
zelf,
onzichtbaar.
is,
uw lichaam
eens
voor
eeuwig terugkrijgt. De uitverkorenen zullen in de eeuwige heerlijk-
heid
eens eeuwiglijk in hun lichaam verkeeren, en Christus, hun Hoofd,
zal eeuwiglijk in ons vleesch
Daar nu
niet
uw
ziel
uw
ziel
bestaat, zoo is én
Ge zoudt dus
treft,
uw lichaam
én
;
ook
ziel
is"
(Lev.
juist
en lichaam
schuldig, en beide treft de straf.
uw
uw lichaam moet van
de eeuwige verdoeme-
het, dat de straf voor de
is
En
zonde
XVII:
11), vat de
verlossing is
van
de
ziel
ziel,
en
maar
overmits nu in het bloed het leven
en lichaam zich huwt, naar de Schrift, dat
onze
uit ziel
gij
en dat dus ook de Middelaar niet enkel naar de
,onze verlossing
Is
en
van de eeuwige ver-
ook naar het lichaam heeft geleden.
van
gij,
ziel
daarom
en
ontheven;
lichaam
zijn.
maar
niet verlost zijn, als alleen
doemenisse bevrijd was nisse
met hen
zondigt,
„d'e
ziel in het bloed
HeiUge Schrift zoo schoon en doorzichtig eeuwige
verdoemenisse
daarin saam, dat
in zijn bloed", het „bloed des kruises".
nu ontheffing van „de eeuwige verdoemenisse" ons genoeg?
Velen meenen
en spreken bijna van niets anders. Als ze maar ver-
ja,
zoening hebben, zoo beelden ze zich
Toch
is
dit
een
zeer
in,
dan
zijn ze
er.
ongodvruchtige gedachte, en we willen zeggen
waarom. Indien op aarde, in onze wereldsche huishouding, iemand diep in schul-
den
zoodat
zit,
hij,
ook met alles
kan, en zijn schuldeischer slaat lijk
dan
is
ander voor
al
hem
wat
die
vrij
hem
verkoopen, letterlijk niets betalen
te
aan, en
hij
wordt gevonnist
;
natuur-
ziel
op dat oogenblik begeert, dat een
hem
vrij
iets te bezitten,
maken.
Was
hij
dus vier tonnen
en komt er iemand die deze vier tonnen
betaalt, zoo ontsluit de cipier de gevangenis en hij gaat
Niemand
uit.
benepen
betalen mocht en
gouds schuldig, zonder gouds voor
hem
heeft
meer
iets
op
hem
te zeggen.
Al
zijn
schuld
is
betaald.
Doch waarom .
voelt die
man
zich
nu
vrij ?
Hierom,
wijl hij
de kracht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's