E voto Dordraceno - pagina 324
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND.
326
de oogleden voor dat sterke
zelf
En
terheid.
Gebod
I.
wordt u voor den blik uwer oogen een pijniging, en ge
zelfde licht
van
XLV. HOOFDSTUK
zoo ook staan
we
en ontvlucht het
licht,
met het Gebod aan
er
glans en den gloed van dat licht der
Ons doet het
toe.
zeer aan het zielsoog. Zooals ons zielsoog thans
is,
sluit
de duis-
in
kunnen we den
Wet niet verdragen. En daarom
is
het
volkomen natuurlijk, dat elk zondaar Gods Wet ontvlucht, van Gods Gebod pijn heeft, en eerst
komt,
tot ruste
als hij
Wet ontkomen
aan Gods
en schuilt en schuilen kan in de donkerheid der wetteloosheid. Dit opzettelijke slechtheid,
maar een gansch
Gehod zonder het Geloove
Wet
oog van Gods
En daarom
is
moet daartoe komen. De
staat,
zijn
Gebod
dit
Gebod u
met het
niet zóó,
God
staan,
liet
er het
scherm
Geloove toch maakt dat ge in den
kunnen, kwelt zich en heeft er geen genot van. Maar neemt ge
te
tint,
en staart ge door dat glas de
het aangezicht, dan kunt ge den glans niet alleen uithouden,
in
uw
vertoont de zon zich tevens in haar majesteit aan
gens
en
breken door
avonds
des
en
Wet
gepluimde wolken aan de kim den zonneglans
de
goddelijk schoon.
zijn
En
zoo
nu ook
het hier. Het mysterie
is
met de Wet des Heeren, maakt dat ge den glans
dragen kunt en gunt u een bezielenden blik in haar goddelijke
schoonheid. Zoo
is
het Geloove op het Gebod aangelegd.
len hooren bij de Tien
Golgotha
zal
zijn
Geboden van Gods Wet. En
den Vader
zal zijn
overgegeven
uit de goddelijke ordinantie in
bergen
de
Wet, want
die
Wet
is
twaalf artike-
eens, als alle vrucht
;
dan
en het Koninkrijk aan God en
;
zal eeuwiglijk
kinderen een andere heerlijkheid schitteren,
op
De
ingeoogst; en de sombere historie van de zonde
voor altoos tot het verleden zal behooren
wiglijk
maar
oog. Als des mor-
toch doorschijnen laten, verrukt het purper aan den horizont
des Geloofs verzoent u
van
ons, zondaren, niet
maar
bloote oog, in de zon zien, en wie zegt
een sterk gekleurd glas van donkeren
der
pijn, die zijn ziels-
eerst als dat Geloove er tusschen in komt, begint het u te koes-
;
Ge kunt
teren.
u
voor het
van dat Gebod kunt stand houden. Zonder dat Geloove zengt het
glans
zon
Wie
is
geen
toe.
het zoo uitnemende genade, dat
van het Geloove voorschuift. Eerst
het
hem
ondervindt, dwingt er
den verblindenden glans van
in
natuurlijke reactie.
is
zijner
dan
noch in noch om Gods
die uit het
Gebod, dat
hen weerschijnt. Zijn grondslag heiligheid.
zelve niets anders
Het Evangelie
is
blijft
altoos
eeu-
om
dan het Eeuwige Wezen in
is
de
zijn
wilsuiting.
Maar hooren
zoo
Gebod en Geloove
bij
elkander, en gaan beide
steeds in eiken goeden Catechismus voorop, toch
onvolkomen
;
en in werking geraakt de eigenlijke
is
daarmee de
daarom
religie
religie eerst als
nog
Gebod
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's