E voto Dordraceno - pagina 489
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XVII. HOOFDSTUK
goede beeld licht op de ééne
dit
ons
niet
moeilijkheid
de
kwaal
neeslijke
al is
zoodat
we daarom
afgesneden, toch weten
van het vraagstuk, maar het
zijde
Ook
op
ingetreden,
483
III.
de
toch
eene zieke een onge-
bij
wortel
lost
van
zijn
wierd
leven
zeer goed het onderscheid tusschen den
slependen staat van kwijning en uittering en het eindelijk intreden van het
doodsmoment.
En wat
ze prooi des doods
dat
niet
hier van onze ziel te belijden valt,
dat ze dood was en
Er
dat ze stervende,
niet,
maar
verteerd te worden,
is.
van
sprake
is
om langzaam
is,
is
opstanding
der
ziel.
En evenmin
als
nu
er
Christus sprake zou kunnen zijn van wezenlijke opstanding, indien
hij
bij
niet
vooraf waarlijk gestorven ware, evenmin ook zou er sprake kunnen vallen
van opstanding
uw
bij
tenzij
ziel,
het vaststond dat
uw ziel
vooraf waarlijk
dood was.
Dezen hangen
dood de
in
van
uw
nu
ziel
zult ge nooit verstaan, zoolang ge
van
doodsbegrippen
valsche
blijft
de wereld. Platweg ziet de
wereld in den dood een soort vernietiging; dat hetgeen dood gaat vernield, verdorven en verteerd wordt tot het niet meer
zij
;
en eerst de wetenschap
heeft allengs deze platte voorstelling overwonnen, door
der
natuurkunde
ons
duidelijk te
dat
wat een kind vernietiging noemt, niets anders
van
de
maken, dat er
een
bestanddeelen,
niets weggaat, niets vernietigd wordt,
ontleding
van
wat
is
en
dan een scheiding
saamgeweven was, een
ontbinding van het dooreengevlochtene, en daardoor een overgang in een geheel anderen toestand.
Gods kinderen wisten
dit uit
hierop de aandacht vestigde
Gods Woord reeds lang eer de natuurkunde
maar ook zoo deed de natuurkunde dan toch
;
een dienst, dat ze uit het volksbesef de onware voorstelling, alsof de dood stond met vernietiging, eenigszins uithaalde en er een betere voor-
gelijk
stelling voor in de plaats gaf.
Als een
boom
doodgaat, wijkt uit dien
dit plaats dat er voor het groeileven
de bestanddeelen van dien rotten
geen
stilstand,
boom
boom
niet alle leven,
maar
heeft
van den boom, een ander leven van
in plaats treedt. Als een vrucht rot,
maar wel terdege een werking;
alleen
is
dat
maar een
heel
andere werking dan oorspronkelijk in de vrucht inzat en er hoorde.
Wel
een werking met dezelfde bestanddeelen, maar tegenovergesteld aan
de oorspronkelijke werking der vruchtsappen.
En leven
zoo
en
ook
als
werking
een lichaam een lijk wordt, gaat volstrekt niet alle er uit weg. Slechts dit heeft plaats, dat de vroegere
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's