E voto Dordraceno - pagina 320
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXIII. HOOFDSTUK V.
320
God weet dus nu
eeuwig verloren
voor
dus
gist
maar
te zijn,
dag des oordeels blijken
den
in
reeds wie van ons in den dag des oordeels blijken zal
maar weet nog
niet,
Hij weet ook
nu
voor eeuwig behouden te
zal
van ons
reeds, wie
eer ge geboren wierdt, of
zijn.
in
gij
Hij
den dag
des oordeels een rechtvaardige zult gekeurd worden, dan wel een onrecht-
Weet
vaardige.
nu van
Hij
dat
u,
in dien
gij
bevonden worden, dan spreekt het van dan
een rechtvaardige kent; dat
als
Hem
en dat Hij met u
zijt,
nu
Stel
persoon
moord
nu reeds een rechtvaardige voor
met een rechtvaardige
hebben bedreven, en dus
hem
vanzelf, dat hij
aangeklaagde
Een
immers
behandelen
bleef,
hem
rechter, die vooraf weet, die en die
vast en zeker onschuldig, en die
is
wordt, blijken dien
uitgaan, en het spreekt
terstond als een wie<-schuldige zou beschouwen, en
zou laten uitgaan.
vrij
vrij
handelt.
moord aangeklaagde
maanden het vonnis gewezen
over drie
als
zal,
schuldige
dat Hij u dan ook niet anders
zelf,
gij
dat een rechter op aarde weet: die van
niet te
terstond
als
dag een rechtvaardige zult
hem
nochtans
als
een
zou als rechter zijn rechtsbesef geschonden
hebben.
En is
maar
deels,
te
zoo
feitelijk
Weet
ken.
nu
dit geval
zijn,
is
een rechter op aarde wel ondenkbaar, maar het
bij
God den Heere.
bij
Hij weet niet pas in den dag des oor-
reeds nu, als hoedanig ge in den dag des oordeels zult
blij-
alsdan blijken zult: een gerechtig
man
Hij dus van
u,
dat
gij
dan kan Hij u ook niet anders dan
en reeds nu
Er kan zekeren
als
dus
nooit
al
tot geloof
dat
een gerechtig
onze
van ons geloof plaats
En
aanzien
dat de kinderen Gods eerst op
zijn,
God
in
den dag des oordeels zal
een rechtvaardige van eeuwig.
als
beste
godgeleerden er steeds zulk een nadruk op
legden, dat de daad der rechtvaardig making ^ niet eerst
heeft.
man
komen, rechtvaardig voor God zouden
wie een rechtvaardige voor
blijken, dien kent Hij
Vandaar,
van
sprake
als ze
leeftijd,
worden;
als
zoodanig bejegenen.
grijpt,
maar
eer
bij
het doorbreken
we geboren wierden,
bij
God
plaats
dat wel in dien zin, dat niet de oorzaak van onze rechtvaardig-
making
in
ons
genade geschonken wierd, omdat we rechtvaardig voor God
uit
Op
dit
ons
geloof schuilt,
punt wordt
later
maar dat omgekeerd de gave des
geloofs zijn.
teruggekomen, maar toch moest nu reeds elke
voorstelling afgesneden, alsof onze rechtvaardigmaking eerst ontstaan zou
op
het
ligt,
oogenblik
dat we gelooven.
Neen, ook onze rechtvaardigmaking
gelijk heel de beschikking des heils
over onzen persoon, van eeuwig-
heid in Gods Raad.
Is
dit
zoo,
dan
ligt
hierin
vanzelf opgesloten, dat
gij
zelf
aan uwe
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's