E voto Dordraceno - pagina 202
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. IX. HOOFDSTUK
196 Oorsprong,
Het mis
op
tot
God den Vader.
diepsten groud gepeild, ligt in
zijn
volstrekt geen willekeurige saamvoeging, als de Catechis-
dus
is
het Zoonschap, den
dit eerste geloofsartikel
in
III.
ping bijeenvoegt, maar een volkomen
Raad
juiste en volledige
en de Schep-
opsomming van
de drie aanbiddelijkheden die in dit heilig Vaderschap begrepen
Vader, omdat
is
omdat Hij
Hem
uit
alle
eeuwig de Zoon gegenereerd
wijsheid van
omdat de
Vader,
is
Hem
uit
diepste
Raad
is.
Hij
Schepping
der
Vader,
En
haar oorsprong nam.
wortel
Hij
zijn.
is
ook,
Hem
uit
als
Vader kiemt. werk
Dit
God
Schepping
der
een tot aanzijn komen van iets dat niet
is
is.
Tot
het
op
dan God
Het
zelf.
volzalig
of bestond er buiten dit
ontzettende
het
waarvan ons Gen.
oogenblik,
en
zelf
verhaalt,
was
was
er niets
En
en niets meer.
er,
wat achter de Schepping
tusschen
onderscheid
staan,
te
1
:
en Drieëenig Wezen bestond, maar niets was
Wezen. God
door de Schepping ontstond,
God kwam
1
ligt
al
en
dat er nu iets tegenover den Heere onzen
is,
dat er iets dat wiei-God,
maar creatuur was,
ontstond.
Dat
er
vóór deze Schepping nog andere Scheppingen zouden bestaan
hebben,
meldt
op
manier déze Schepping
alle
waar
de Heilige Schrift ons niet; eer doet de Heilige Schrift de eerste en éénige voorkomen.
als
En
de Heihge Schrift ons dit zoo voorstelt, en uit den aard der zaak
geen mensch hieromtrent
kan uitdenken of uitvinden,
uit zich zelven
iets
zoo valt hier alle tegenspraak
weg en hebben we ons aan de
voorstelling
der Heilige Schrift te houden.
Achter deze Schepping heid,
waarin
dan
niets
ligt
dus een onafzienbare en onpeilbare eeuwig-
God bestond
Wezen
opgeleverd, indien dat Goddelijk
men
zich
toch
voor,
dat
En
deze eeuwigheid zou
Wezen een onvolkomenheid hebben
uiteraard voor het eeuwige Goddelijke
Stelt
of was.
niet Drieüenig ware.
er
eeuwiglijk ware geweest de
niet
Vader, de Zoon en de Heilige Geest, maar dat eeuwiglijk alleen de Vader
had
dan
bestaan,
natuurlijk
zou
deze
God van
alle
eeuwigheid af tot
aan de ure der Schepping een voorwerp gemist hebben, waar naar
uitging
;
hoefd hebben,
zou
de
liefde,
ongenoegzaam
om d.
in
liefde
zich zelven zou Hij een Schepping be-
zijn liefde te laten i.
zijn
werken
;
en eerst door de Schepping
het hoogste in God, uit onbewuste sluimering zijn
ontwaakt.
Vandaar dat
lieden, die
7iiet
aan de Drieëenheid des Heeren gelooven,
en toch nadenken, er wel toe moeten komen, die
er
van eeuwigheid af geweest
is,
om
een Schepping
te stellen,
omdat anders hun God pas door
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's