E voto Dordraceno - pagina 33
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XrX. HOOFDSTUK heerschappij,
koninklijke
der aarde nu reeds
volken
De
toespraak
de Heere als Israels Koning over alle oefent en eens in glorie oefenen zal.
feitelijk
„alle de volken."
tot
is
God
die
33
I.
„Alle
gij
volken, klapt in de hand,
Gode met eeu stem van vreugdegezang, want de Heere, de
juicht
hoogste
Aller-
een groot Koning over de gansche aarde. Hij brengt
vreeslijk,
is
de volken onder ons en de natiën onder onze voeten." Blijkbaar dus een
van een koninkrijk, dat den Heere
profetie
en
volken
en
Israël.
Doch waar
Babyion? Israëls
natiën
is
paleis
zijn
Koning over
maar wordt van
tongen,
Rome
in
volken
onder
zal
zijn
alle
dat wel bepaaldelijk als Koning over
en
nu de troon dezer heerschappij?
alle
boveti
luisterrijk
Is die plaatse in
of Griekenland? Neen, dit regiment van is
van beneden,
niet in de laagte, is niet
en uit den hooge uitgeoefend. Dit staan nu van dezen
troon in den Hooge en dit schitteren van zijn paleis naar beneden, wierd
symbolisch
Jeruzalem
te
beteekend
door het staan van den tempel op
den top van een berg. Toen dus de arke des Verbonds boven ging en de tente, gespannen,
wierd
de laagte, naar
lag hierin profetisch symbolisch niet slechts het
toen
opvaren van Israëls Koning ten
uit
voorloopster van den tempel, op Sions bergtop
als
uit de laagte
naar den Hooge,
d.
i.
opvaren
zijn
aanschouwelijk voorgesteld; maar wierd tevens de macht en
hemel,
majesteit over alle volken,
ja,
over de geheele aarde, waartoe
hierdoor
hij
opklom, duidelijk geteekend. Immers er volgt: „God vaart op met gejuich,
Heere
de
met
onzen Koning.
geklank
der
Want God
is
over de heidenen.
En van
God
zit
bazuin. Psalmzingt, psalmzingt, psalmzingt
een Koning der gansche aarde.
God
regeert
op den troon zijner heiligheid."
bijna op gelijke wijze vindt ge het in
Psalm LXVIII. Ook daar
is
sprake
de heerschappij en macht, die Israëls Koning over de volkeren der
aarde uitoefent. „God zal opstaan, zijne vijanden zullen verstrooid worden." Als Hij nadert „vlieden de koningen der heirscharen ze."
En nu wordt van
welijking
der
aarde
weg en God
verstrooit
ook hier Sions bergtop als de symbolische veraanschou-
den troon
in de
hemelen tegenover Basan en
gesteld. Als het feitelijk
om
den hoogsten berg
te
alle
bergen
doen ware
geweest, had Basan het in het cijfer der voeten gewonnen, en wist bovendien elk Israëliet zeer wel, dat de Libanon veel
hooger in de wolken stak. Maar
Gods
zijn
eeuwige sneeuwvelden
besluit
komt het
niet op
voeten af meters aan. Het uitsteken van Sion uit de vlakte
het
cijfer in
en
het
zich
opbuigen
En nu
heet
het:
van
„Waarom
zijn
in eeuwigheid." II.
Met de
top naar de hemelen
springt
Heere heeft dezen berg begeerd
E VOTO DORDR.
bij
met
gij
tot zijn
op,
gij
is
dan voldoende.
God
andere bergen?
de
woning. Ook zal er de Heere wonen
verheffing der arke op Sions bergtop
is
de heer-
3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's