E voto Dordraceno - pagina 525
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. L. HOOFDSTUK
527
III.
Hij onze levenskracht, ons licht, onze sterkte, ons hoog vertrek, onze rots-
Lees en herlees de psalmen maar, en
steen, en het schild onzer hope.
zie
hoe deze hooge liederen der vroomheid nooit moede worden, u altoos weer
is
stemming des gemoeds op
die
tot
nog zoo
een iets
machten
God
van
iets
zichzelf,
waarmee we
we het ons buiten God den-
in
de inbeelding, alsof er twee
rekenen hadden, eenerzijds dat schepsel
de macht van het schepsel, en als het schepsel tekort
bij
dkn nemen we
schiet en ons begeeft,
en
God onze
tot
wel loopt en er geld in kas
alles
toevlucht. Zoolang
we krank worden, en
alles tegenloopt,
we
steunen we vaak op
is,
En
onze lichaamskracht, op onze wijsheid en op ons geld en goed. als
dat
in,
God. Tusschen die twee slingeren we dan. De eene maal
anderzijds
zijn
te
en
zien,
met eigen inwonende kracht,
iets
zoodat
is,
nu leven
overstellen, en
waren,
zoeken we het
gezond
moeilijkheid voor ons
in het schepsel waarlijk een schepsel te
eigen inklevend vermogen
tegen
ken,
en
ding
geschapen
met
De
wekken.
een geschapen ding. Wij beelden ons nog zoo telkens
dan
niets
om
telkens,
te
eerst
en het geld opraakt, dan zoe-
ken we den vergeten God op. Juist zooals de zeevaarder, die dagenlang voor wind en golven
stormen
afdrijft,
en
opsteken,
het
en lacht en spot en vloekt; maar
komt
schip
nu de
als
werkt niet
in nood, en het roer
meer, dan wordt opeens die vloek in een gebed verkeerd, en heet het
God, help mij
En
geduld.
En
!
zondig bestaan moet nu tegengegaan. Dit
dit
God kennen, moeten
die
zij
en niets
al
is
middelen
Neen, uw geld
zijn.
uw wijsheid, tenzij voor om u te leiden. Een
bezigt
noch in
zichzelf,
noch op
beschouwd worden, dan de Heere zich bedient, stelling tusschen
om
zooverre
uw God
creatuur
is
en
is niets,
lichaamskracht
Het
en
is
nooit iets uit zichzelf,
Van
zijn macht te laten werken.
het creatuur kan dus nooit sprake
God
God
een tegenzijn.
ware,
Op is
het
afgo-
toekennen, wat alleen Gode toekomt,
iets
op het creatuur een betrouwen stellen, dat ge alleen
moogt op den Heere uwen God. Al blaast de wind alleen in de
stellen
en niet onder in het schip, en
zeilen,
toch
tende,
maar
ooit anders
een instrument en een middel waarvan
aan het creatuur
dientengevolge
niets,
hierin werkt en deze
creatuur te leunen en te steunen, alsof dit iets buiten derij.
mag niet
er in de kracht des Heiligen Gees-
Een creatuur kan noch mag
zichzelf.
als
God en
o.
van geheel deze valsche inbeelding verlost en
tes tegen worstelen, tot ze
afgebracht zullen
:
vooruit,
alleen de
der
nu
dat
niet
juist
daarom weet
wind mij
ik
voortdrijft.
op de locomotief
al
kom
onder in
dit schip zit-
toch zeer goed, dat niet het schip,
Al snel
ik langs
te zitten, toch
van den wagen waarin
ik,
ik zit,
maar
weet
ik
alleen
de
rails
voort, zon-
daarom zeer goed, van den stoom van
de locomotief de drijfkracht uitgaat, die mij vooruittrekt. Al heb ik geen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's