Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 428

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 428

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND.

430

En

ook staat in

want dat de volmaakte

oordeels,

des

plaatsen

zulke

wederom

tot vreeze.

we vrijmoedigheid hebben

Joh. IV: 18, dat

1

I.

heeft, niet der dienstbaarheid

ontvangen

geest

den

XLVI. HOOFDSTUK

liefde

den dag

in

de vreeze buitensluit.

In

de vreeze, die God, als Eechter, oordeelvellend en strafeischend in de

zondaar

den

van

waarlijk

uitstort.

En

die

vreeze

zaligmakend geloof sprake

van

meer, maar

jubelt en roept

met den

ziel

moet natuurlijk weg, zoo

De

zal zijn.

er

verloste vreest niet

heiligen apostel uit

het geloof, hebben vrede met

door

rechtvaardigd

al

derhalve sprake, niet van de „vreeze Gods", maar van

is

„Wij dan, ge-

:

God door onzen Heere

Jezus Christus, door wien wij ook de toeleiding verkregen hebben." deze vreeze voor

Maar behalve van er

in

juist

de

als

strafeischend Rechter,

is

heiligen van de kindereu der wereld onderscheidt, en die door

zijn

volmaakte

dan

liefde

Daarom

bevestigd. wij

God

de Heilige Schrift ook gedurig sprake van een „vreeze Gods", die

niet wordt

weggenomen, maar veeleer versterkt en

zegt de heilige apostel

Paulus in 2 Cor. VII

:

1

„Dewijl

:

van

belofte hebben, geliefden, laat ons onszelven reinigen

deze

alle besmetting des vleesches en des geesies, voleindigende de heiligmaking

in de vreeze Gods."

maar van

Nu

is

het duidelijk, dat hier niet van den onbekeerde,

den verloste sprake voleind zien.

wil

heiligmaking

is,

en wel van zulk een verloste, die

En van

zulk een

zijn

nu zegt Paulus, dat

hij

deze voleindigt, niet door de vreeze Gods uit te bannen, maar juist door

de

„vreeze

Gods"

te voeden.

ning die over onze

haar almachtigheid

tot in het

daar dan ook, de

formule

dat in het

en

Vreeze Gods in dien zin nu

merg van ons gebeente voelen

Oude Verbond „Gij die den Heere

de vaste uitdrukking

ben: „Gij Israël,

den Heere vreest,

looft looft

is

de aandoe-

komt, zoo dikwijls we de majesteit des Heeren en

ziel

den Heere!

is,

juist

Gij, huis

den Heere!"

trillen.

Van-

vreest" de staan-

voor hen, die

God

Aaron, loof den Heere

!

liefheb-

Gij die

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 428

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's